Verkoop aandelen onroerendgoed-bv aan andere aandeelhouder is geen verdeling van een gemeenschap

Verkoop aandelen onroerendgoed-bv aan andere aandeelhouder is geen verdeling van een gemeenschap

Gegevens

Nummer
2026/443
Publicatiedatum
24 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1465
Rubriek
Belastingen van rechtsverkeer
Relevante informatie

Belanghebbende is erfgenaam en verkrijgt samen met zijn broer ieder de onverdeelde helft van dertig onroerende zaken uit de nalatenschap van hun moeder. Via hun eigen bv’s houden zij elk 50% van de aandelen in een derde bv (bv 3), die een onroerende zaak bezit. In het kader van een verdeling worden de onroerende zaken en de aandelen in bv 3 verdeeld: belanghebbende krijgt vijftien onroerende zaken, de broer krijgt de andere vijftien en via aandelenoverdracht wordt de broer enig aandeelhouder van bv 3. Belanghebbende wordt overbedeeld en betaalt daarvoor een vergoeding aan zijn broer. Over het bedrag van de overbedeling is overdrachtsbelasting voldaan.

In geschil is of bij de overdracht van de aandelen in bv 3 sprake is van een verdeling van een gemeenschap als bedoeld in art. 3:166 BW, zodat de vermindering van de heffingsgrondslag van art. 12 WBRV kan worden toegepast. De rechtbank stelt voorop dat voor toepassing van de artikelen 7 en 12 WBRV wordt aangesloten bij het civielrechtelijke begrip gemeenschap. Zij oordeelt dat de aandelen in bv 3 niet gezamenlijk werden gehouden door belanghebbende en zijn broer, maar ieder via hun eigen bv voor een specifiek deel. De aandelen in bv 3 vormden daarom geen gemeenschap in de zin van art. 3:166 BW. De overdracht van de aandelen is geen verdeling van een gemeenschap, maar een koop en verkoop van aandelen. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of de doorkijkarresten van toepassing zijn.

(Beroep ongegrond.)