Geen deelnemersboete voor fiscalist wegens ontbreken van bewijs actieve betrokkenheid
Geen deelnemersboete voor fiscalist wegens ontbreken van bewijs actieve betrokkenheid
Gegevens
- Nummer
- 2026/449
- Publicatiedatum
- 24 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende is werkzaam als fiscalist bij een accountantskantoor dat fiscale dienstverlening verricht aan een complexe vennootschapsstructuur met zowel Nederlandse als Curaçaose vennootschappen, waarvan H indirect enig aandeelhouder is. Voor het jaar 2015 zijn aan drie Curaçaose vennootschappen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd, waarbij de inspecteur tevens aan belanghebbende een vergrijpboete heeft opgelegd wegens vermeende deelname als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige aan beboetbare gedragingen van deze vennootschappen. Belanghebbende betwist deze boete en voert diverse formele en materiële gronden aan, waaronder het ontbreken van bewijs voor zijn betrokkenheid en opzet.
In geschil is of belanghebbende terecht als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige kan worden beboet voor beboetbare feiten van de betrokken vennootschappen.
De rechtbank stelt voorop dat voor beboeting als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige vereist is dat de vennootschappen zelf een beboetbaar feit hebben gepleegd en dat bij belanghebbende opzet aanwezig moet zijn op de verboden gedraging. De rechtbank oordeelt, in lijn met haar uitspraken in de zaken van de vennootschappen zelf, dat deze geen opzet of grove schuld kan worden verweten, omdat zij mochten vertrouwen op het deskundige advies van hun belastingadviseur en niet hoefden te twijfelen aan diens zorgvuldigheid. Dit betekent dat belanghebbende reeds om die reden niet als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige kan worden aangemerkt.
Daarnaast beoordeelt de rechtbank of de inspecteur overtuigend heeft bewezen dat belanghebbende daadwerkelijk betrokken was bij de kernbeslissingen of investeringen van de vennootschappen, of wetenschap had van de werkelijke leiding in Nederland. De rechtbank concludeert dat de inspecteur zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat uit het overgelegde e-mailverkeer en andere stukken niet blijkt dat belanghebbende een doorslaggevende of actieve rol heeft gespeeld bij de relevante gedragingen. Belanghebbende was fiscaal adviseur voor de Nederlandse vennootschappen en H in privé, maar niet voor de Curaçaose vennootschappen. Een belastingadvieskantoor adviseerde over de buitenlandse structuur. De rechtbank acht niet bewezen dat belanghebbende opzet had op de verboden gedragingen of handelingen heeft verricht die als feitelijk leidinggeven, medeplegen of medeplichtigheid zijn aan te merken kwalificeren.
De rechtbank vernietigt de boete en kent een hogere proceskostenvergoeding toe vanwege de onzorgvuldige proceshouding van de inspecteur. Zo heeft de inspecteur zich te veel verloren in aannames en gevolgtrekkingen die niet uit het bewijs volgen. Voorts heeft hij laat en ongespecificeerd een grote hoeveelheid stukken overgelegd.
(Beroep gegrond.)