Na collectieve uitspraak in massaal bezwaarprocedure kunnen fiscale partners hun verdeling box 3-inkomen nog wijzigen
Na collectieve uitspraak in massaal bezwaarprocedure kunnen fiscale partners hun verdeling box 3-inkomen nog wijzigen
Gegevens
- Nummer
- 2026/470
- Publicatiedatum
- 27 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomsten uit vermogen/Inkomen uit sparen en beleggen
- Relevante informatie
De aanslag IB/PVV 2017 van de partner van belanghebbende is op 7 mei 2018 onherroepelijk vast komen te staan. Belanghebbende zelf heeft bezwaar gemaakt tegen zijn aanslag IB/PVV 2017. Zijn bezwaarschrift is meegenomen in de massaal bezwaarprocedure over de box 3-heffing. Dit bezwaar is bij collectieve uitspraak van 4 februari 2022 gegrond verklaard. Met dagtekening 21 juli 2022 heeft de inspecteur vervolgens een verminderingsbeschikking IB/PVV 2017 aan belanghebbende gestuurd. Op 22 juli 2022 hebben belanghebbende en de partner de inspecteur bericht dat zij het volledige box 3-inkomen (alsnog) willen toerekenen aan de partner. De inspecteur heeft dat geweigerd. Rechtbank Den Haag () heeft prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over de door belanghebbende bepleite wijzigingsmogelijkheid. De Hoge Raad beantwoordt die vragen als volgt.
Een belastingplichtige van wie een aanslag IB/PVV onherroepelijk komt vast te staan door een collectieve uitspraak op bezwaar als bedoeld in art. 25e AWR, terwijl de inspecteur met betrekking tot de aangewezen rechtsvraag geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, kan de tot stand gekomen onderlinge verhouding tezamen met diens fiscale partner op de voet van art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001 wijzigen tot zes weken nadat die aanslag door de inspecteur op grond van art. 25e lid 4 AWR ter uitwerking van die collectieve uitspraak is verminderd.