Mislukt ziekenhuisproject in Pakistan leidt niet tot aftrek ondernemingskosten

Mislukt ziekenhuisproject in Pakistan leidt niet tot aftrek ondernemingskosten

Gegevens

Nummer
2026/482
Publicatiedatum
31 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:1334
Rubriek
Winst
Relevante informatie

Belanghebbende drijft een onderneming (bedrijf 1) en verricht advieswerkzaamheden en projectfinanciering, onder meer voor een ziekenhuisproject in Pakistan. Voor de jaren 2020 en 2021 heeft hij in zijn aangiften IB/PVV aanzienlijke bedragen als bijzondere waardevermindering van vlottende activa (€ 203.898 in 2020) en als waardeverandering van vorderingen (€ 59.500 in 2021) in aftrek gebracht, stellende dat deze zien op niet terugontvangen investeringen in het project. De inspecteur heeft deze posten gecorrigeerd. Ter onderbouwing van de kosten heeft belanghebbende diverse stukken overgelegd, waaronder correspondentie, bankoverschrijvingen en documenten over het project. In geschil is of de genoemde bedragen in aftrek mogen worden gebracht op de winst uit onderneming, en of de aanslagen en belastingrentebeschikkingen in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de opgevoerde kosten daadwerkelijk tot de genoemde bedragen zijn gemaakt, noch dat deze kosten toerekenbaar zijn aan de Nederlandse ondernemingsactiviteiten. Ook indien de kosten aannemelijk zouden zijn, ontbreekt het vereiste verband met de Nederlandse onderneming. De inspecteur heeft de aanslagen daarom niet te hoog vastgesteld. De rechtbank verwerpt verder het beroep op schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het proportionaliteitsbeginsel en het verbod op vooringenomenheid, omdat er geen feiten en omstandigheden zijn die die conclusie rechtvaardigen. Ook het bezwaar tegen de belastingrentebeschikkingen slaagt niet, nu de aanslagen tijdig zijn opgelegd en de wettelijke regeling correct is toegepast.

(Beroep ongegrond.)