Uitstel verlengt navorderingstermijn zodat contante betalingen bv als uitdeling kunnen worden belast

Uitstel verlengt navorderingstermijn zodat contante betalingen bv als uitdeling kunnen worden belast

Gegevens

Nummer
2026/483
Publicatiedatum
31 maart 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1547
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is enig aandeelhouder van een holding die op haar beurt enig aandeelhouder is van een bv die een discotheek exploiteert. In 2018 woont belanghebbende tot 25 juni in Nederland, waarna hij zich in Ierland inschrijft. Voor het jaar 2018 is geen aangifte IB/PVV ingediend, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning op aangifte. De inspecteur legt daarom ambtshalve een aanslag op en ontvangt pas later informatie over aanzienlijke betalingen van de bv aan belanghebbende in 2018, die hij aanmerkt als winstuitdeling. Op basis hiervan volgt een navorderingsaanslag, waartegen belanghebbende bezwaar maakt. In geschil is of de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Partijen twisten onder meer over de navorderingstermijn, het bestaan van een nieuw feit, de omkering en verzwaring van de bewijslast en woonplaats van belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat het administratiekantoor, dat voor eerdere jaren aangiften indiende, bevoegd was om namens belanghebbende uitstel voor de aangifte aan te vragen. Daarmee is het verleende uitstel terecht en is de navorderingsaanslag binnen de verlengde termijn opgelegd. De inspecteur beschikt pas in 2024 over informatie over de winstuitdeling, zodat sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Van een ambtelijk verzuim is geen sprake. Omdat belanghebbende, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning, geen aangifte heeft gedaan, geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. De inspecteur mag uitgaan van de BRP-gegevens en de betalingen van de bv aan belanghebbende als winstuitdeling aanmerken. Belanghebbende slaagt er niet in overtuigend aan te tonen dat hij in 2018 niet in Nederland woonde of dat de aanslag te hoog is vastgesteld. De rechtbank acht de navorderingsaanslag en de belastingrente terecht en niet te hoog vastgesteld.

(Beroep ongegrond.)