Geen wettelijke rente over box 3-belastingvermindering na EVRM-schending
Geen wettelijke rente over box 3-belastingvermindering na EVRM-schending
Gegevens
- Nummer
- 2026/494
- Publicatiedatum
- 1 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
De rechtbank heeft in het onderhavige geschil het inkomen in box 3 verminderd naar nihil, wegens strijdigheid met het EVRM. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot het betalen van wettelijke rente over het bedrag van de belastingvermindering, gerekend vanaf de datum van betaling van de box 3-heffing tot de datum van terugbetaling. De inspecteur komt in hoger beroep. In geschil is of de inspecteur terecht is veroordeeld tot het vergoeden van wettelijke rente over de box 3-belastingvermindering.
Het hof oordeelt, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 (), dat met de vermindering van de aanslag voldoende rechtsherstel is geboden. Het hof volgt niet het oordeel van de rechtbank dat een rentevergoeding verschuldigd is. Volgens de Hoge Raad is een rentevergoeding alleen aan de orde als de wettelijke rente het bedrag van de belastingvermindering overschrijdt. In deze zaak bedraagt de belastingvermindering €4.642 en kan de wettelijke rente dit bedrag niet hebben overschreden. Daarom bestaat geen aanleiding om een rentevergoeding toe te kennen.
(Hoger beroep gegrond.)