Afspraak tot teruglevering is ontbindende voorwaarde die leidt tot teruggaaf overdrachtsbelasting

Afspraak tot teruglevering is ontbindende voorwaarde die leidt tot teruggaaf overdrachtsbelasting

Gegevens

Nummer
2026/513
Publicatiedatum
3 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:86
Rubriek
Belastingen van rechtsverkeer
Relevante informatie

Belanghebbende heeft samen met een andere koper een perceel industrieterrein gekocht van een bv, waarbij in de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde is opgenomen voor het geval uit een bodemonderzoek zou blijken dat de saneringskosten boven € 10.000 uitkomen. De levering vindt plaats vóór 1 januari 2023 vanwege een verhoging van het tarief overdrachtsbelasting, waarna het bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Het onderzoek wijst uit dat sprake is van verontreiniging met saneringskosten boven de grens, waarop belanghebbende en de mede-koper de ontbindende voorwaarde inroepen en het perceel terugleveren aan de verkoper via een notariële akte. De inspecteur weigert teruggaaf van overdrachtsbelasting en stelt dat geen sprake is van een ontbindende voorwaarde met goederenrechtelijke werking, maar van een obligatoire verbintenis, zodat art. 19 lid 1 onderdeel a WBRV niet van toepassing is.

In geschil is of de teruglevering het gevolg is van de vervulling van een ontbindende voorwaarde als bedoeld in art. 19 lid 1 onderdeel a WBRV. De rechtbank overweegt dat voor de uitleg van de koopovereenkomst niet alleen de taalkundige tekst relevant is, maar ook de bedoeling van partijen en de omstandigheden waaronder de overeenkomst is gesloten. Uit de overeenkomst, de verklaringen van belanghebbende en de makelaar, en de gang van zaken blijkt dat partijen daadwerkelijk een ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen die pas na de levering in werking kon treden. De rechtbank acht deze voorwaarde goederenrechtelijk van kracht, omdat deze expliciet is opgenomen in de koopovereenkomst en de leveringsakte. Dat de notaris een akte van teruglevering heeft opgesteld doet daar niet aan af; de juridische werkelijkheid is dat de ontbindende voorwaarde is vervuld en de toestand van vóór de verkrijging is hersteld. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden van art. 19 lid 1 onderdeel a WBRV en had de inspecteur een teruggaaf moeten verlenen.

(Beroep gegrond.)