Btw op vastgoed: groot financieel belang, maar nog veel onduidelijkheid

Btw op vastgoed: groot financieel belang, maar nog veel onduidelijkheid

Gegevens

Nummer
2026/518
Publicatiedatum
3 april 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Omzetbelasting

Bij elke vastgoedtransactie – van aankoop tot gebruik en verkoop – speelt de vraag of btw aftrekbaar is. Dat heeft directe financiële gevolgen voor bedrijven en instellingen, en beïnvloedt uiteindelijk ook prijzen en investeringskeuzes. Toch is de regelgeving op belangrijke punten onduidelijk en onvoldoende uitgewerkt. Volgens promovendus Nino Arzini kan dat beter: ‘Duidelijkheid kost minder dan onduidelijkheid. Goede regels betalen zichzelf terug.’

Op 5 februari 2026 verdedigde Arzini zijn proefschrift Aftrek van btw op vastgoedgerelateerde kosten aan de Erasmus School of Law. Onder begeleiding van hoogleraar Madeleine Merkx en universitair docent Martijn Albers onderzocht hij hoe btw-aftrek werkt in de verschillende fasen van vastgoed: aankoop, gebruik en verkoop. Ook keek hij in hoeverre de huidige Europese en Nederlandse regels aansluiten bij de bedoeling van de btw als verbruiksbelasting.

Onnodig complexe regels

Uit het onderzoek blijkt dat de huidige wet- en regelgeving niet altijd goed aansluit bij de kern van de btw. Dat zorgt voor onduidelijkheid en inefficiëntie, zowel voor bedrijven en adviseurs als voor rechters en beleidsmakers.

Arzini analyseerde Europese richtlijnen, nationale wetgeving, jurisprudentie en beleid. Daarnaast ontwikkelde hij een beoordelingskader om de kwaliteit van regels systematisch te toetsen.

Inzicht in fase per vastgoed

Het onderzoek volgt de levenscyclus van vastgoed: aankoop, exploitatie en verkoop. Door de btw-regels per fase te bekijken, wordt duidelijk waar knelpunten ontstaan en hoe die met elkaar samenhangen. Dit levert een praktisch hulpmiddel op voor adviseurs, instellingen en beleidsmakers.

De aanbevelingen richten zich zowel op de inhoud als op de formulering van regels. Enerzijds moeten regels beter aansluiten bij het karakter van de btw, anderzijds moeten ze duidelijker en consistenter worden opgeschreven. Volgens Arzini ligt hier een duidelijke taak voor wetgevers en beleidsmakers.

De rechtspraak rond vastgoed en btw blijft zich ontwikkelen, mede door de ruimte voor verschillende interpretaties. Het onderzoek biedt een structureel kader om deze discussies beter te ordenen.

Voor de toekomst ziet Arzini drie belangrijke richtingen: verbetering van de inhoud van de regels, herschrijving van bestaande wetgeving en aanvullend fiscaal-economisch onderzoek naar de rol van vastgoed binnen de btw.

Erasmus School of Law, 30 maart 2026