Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor natuurlijke personen en rechtspersonen met legitiem belang
Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor natuurlijke personen en rechtspersonen met legitiem belang
Gegevens
- Nummer
- 2026/521
- Publicatiedatum
- 7 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Algemeen
Minister Heinen heeft het ontwerpwijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor natuurlijke personen en rechtspersonen met een legitiem belang aangeboden aan de Eerste en Tweede Kamer.
Dit besluit wijzigt het Handelsregisterbesluit 2008 en het Implementatiebesluit UBO-registratie om uitvoering te geven aan de regels uit de zesde anti-witwasrichtlijn (AMLD6) over toegang tot UBO-registers.
Het wijzigingsbesluit introduceert een gesloten stelsel van categorieën van natuurlijke en rechtspersonen met een aantoonbaar legitiem belang die toegang kunnen krijgen tot UBO-gegevens van vennootschappen, andere juridische entiteiten en trusts. Het betreft onder meer journalisten, maatschappelijke organisaties (zoals NGO’s en wetenschappelijke instellingen), (potentiële) contractspartijen, bepaalde buitenlandse toezichthouders en autoriteiten, en overheidsinstanties betrokken bij EU-fondsen of aanbestedingen.
De Kamer van Koophandel (KvK) beoordeelt per aanvraag of sprake is van een legitiem belang. Daarbij wordt gekeken naar (i) het beroep of de functie van de aanvrager en (ii) diens relatie met de betrokken entiteit. Voor journalisten en maatschappelijke organisaties geldt een lichtere toets (geen relatievereiste), wat leidt tot categoriale toegang; andere partijen krijgen toegang per geval.
De procedure wordt nader gestandaardiseerd: de KvK moet binnen 12 werkdagen beslissen (met mogelijke verlenging), en bij toekenning wordt een certificaat voor drie jaar verstrekt. Weigeringsgronden zijn limitatief en omvatten onder meer het ontbreken van een legitiem belang, risico op misbruik en strijd met privacyregels (AVG).
Daarnaast wordt de bescherming van UBO’s versterkt door uitbreiding van de afschermingsmogelijkheden. Nieuw is dat afscherming mogelijk wordt bij veiligheidsrisico’s na aangifte van een strafbaar feit, in beginsel voor vijf jaar (met verlengingsmogelijkheid).