Geen verlaagd btw-tarief voor open‑access publiceerrechten universiteiten

Geen verlaagd btw-tarief voor open‑access publiceerrechten universiteiten

Gegevens

Nummer
2026/527
Publicatiedatum
7 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2146
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een coöperatie die digitale diensten en ICT levert aan Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen, waaronder het sluiten van contracten met buitenlandse uitgevers voor leesrechten (toegang tot artikelen) en publicatierechten (mogelijkheid tot publiceren van artikelen in open access journals). De contracten onderscheiden expliciet leesrechten en publicatierechten, met aparte tarieven en eindgebruikers: leesrechten zijn voor medewerkers, studenten en onderzoekers, publicatierechten voor auteurs van wetenschappelijke artikelen. Belanghebbende past het verlaagde btw-tarief op leesrechten, maar het algemene tarief op publicatierechten, en maakt bezwaar tegen deze laatste toepassing. In geschil is of het verlaagde btw-tarief ook van toepassing is op de vergoeding voor publicatierechten bij open access publicaties. De rechtbank oordeelt dat de contracten en de economische realiteit wijzen op twee afzonderlijke prestaties; namelijk leesrechten en publicatierechten. De prestaties zijn gescheiden door hun aard, doelgroep en vergoeding, en splitsing is niet kunstmatig. Publicatierechten zijn geen bijkomende prestatie die het fiscale lot van de leesrechten deelt, omdat het publiceren van artikelen een zelfstandig doel is en niet ondergeschikt aan het lezen van artikelen. De vergoeding voor publicatierechten betreft het geschikt maken van een artikel voor publicatie en niet het ter beschikking stellen van het artikel aan de lezer. De rechtbank concludeert dat deze prestatie niet valt onder de tabelposten voor het verlaagde tarief in de Wet OB 1968, noch onder de relevante bepalingen van de btw-richtlijn. Het beroep op het neutraliteitsbeginsel faalt, omdat leesrechten en publicatierechten geen soortgelijke prestaties zijn en niet uitwisselbaar voor de gemiddelde consument. Ook het argument dat het algemene tarief in strijd is met de bedoeling van de wetgever wordt verworpen. De wetswijziging per 2020 ziet op het leveren en uitlenen van uitgaven en het verlenen van toegang, niet op het recht om te publiceren. De rechtbank acht de implementatie van de btw-richtlijn in Wet OB 1968 niet te beperkt.

(Beroep ongegrond.)