Nabetalingen behoren tot toetsingsinkomen zorgtoeslag
Nabetalingen behoren tot toetsingsinkomen zorgtoeslag
Gegevens
- Nummer
- 2026/597
- Publicatiedatum
- 16 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
Belanghebbende ontvangt in 2020 samen met zijn moeder, met wie hij toeslagpartner is, een uitkering van de gemeente op basis van de Participatiewet. Zijn jaaropgave vermeldt een belastbaar loon van € 15.648,67, dat mede bestaat uit nabetalingen over eerdere jaren. Voor 2020 is geen aangifte IB gedaan. De beschikking zorgtoeslag 2020 gaat uit van dit bedrag als toetsingsinkomen, wat leidt tot een te betalen bedrag van € 588. De moeder van belanghebbende heeft in een aparte procedure huurtoeslag ontvangen, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen haar bezwaar deels heeft gehonoreerd. In geschil is of de inspecteur het toetsingsinkomen voor de zorgtoeslag te hoog heeft vastgesteld door de nabetalingen mee te rekenen. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het toetsingsinkomen in dit geval gelijk is aan het belastbare loon, dus inclusief de nabetalingen uit voorgaande jaren. Volgens het hof volgt uit de toepasselijke wetgeving dat bij het bepalen van het belastbare loon alle ontvangen uitkeringen, inclusief nabetalingen, tot het toetsingsinkomen behoren. Het hof wijst erop dat afwijking van het toetsingsinkomen bij de huurtoeslag onder voorwaarden mogelijk is, maar voor de zorgtoeslag niet. Eventuele bezwaren tegen deze systematiek moeten bij de Belastingdienst/Toeslagen worden aangevoerd en niet bij de belastingrechter. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat binnen de zorgtoeslag voor iedereen dezelfde regels gelden en het verschil met de huurtoeslag voortvloeit uit verschillende wettelijke regelingen. Het hof volgt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
(Hoger beroep ongegrond.)