Legesheffing bij bestemmingsplanwijziging: geen individualiseerbaar belang

Legesheffing bij bestemmingsplanwijziging: geen individualiseerbaar belang

Gegevens

Nummer
2026/598
Publicatiedatum
16 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:994
Rubriek
Heffing lokale overheden
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die namens eigenaren van percelen op en rond een detailhandelslocatie in Leeuwarden een verzoek heeft ingediend ‘om de planregels te toetsen aan de Europese Dienstenrichtlijn en het bestemmingsplan daarop te herzien’. Het verzoek ziet op het schrappen van beperkingen in het bestemmingsplan, zodat perifere detailhandel, waaronder supermarkten, mogelijk wordt gemaakt op de betreffende locatie. De gemeente heeft naar aanleiding van dit verzoek een aanslag leges opgelegd op basis van de Legesverordening Leeuwarden 2021 en de bijbehorende tarieventabel. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag, onder meer omdat het verzoek niet ziet op een individuele activiteit of belang, maar op een wijziging van het gehele bestemmingsplan.

In geschil is of de heffingsambtenaar terecht leges heeft geheven voor het in behandeling nemen van het onderhavige verzoek. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 229 lid 1 aanhef en letter b Gemw leges kunnen worden geheven voor door het gemeentebestuur verstrekte diensten, mits deze werkzaamheden rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. De rechtbank stelt vast dat het verzoek van belanghebbende ziet op wijziging van het gehele bestemmingsplan en niet op een specifiek perceel of individuele activiteit. Het vaststellen of wijzigen van een bestemmingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. De rechtbank verwijst daarbij naar jurisprudentie van hof Arnhem-Leeuwarden (NTFR 2026/171 en NTFR 2018/523) en de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1997:AA2174), waaruit volgt dat indirecte individuele belangen niet volstaan voor legesheffing. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden in dit geval in overwegende mate ten behoeve van een individualiseerbaar belang zijn verricht. De rechtbank concludeert dat de Gemeentewet geen grondslag biedt voor het heffen van leges.

(Beroep gegrond.)