Geen rechtsingang voor cessionaris bij geschil over teruggaaf btw
Geen rechtsingang voor cessionaris bij geschil over teruggaaf btw
Gegevens
- Nummer
- 2026/603
- Publicatiedatum
- 16 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende is een particulier die door cessie een vermeend vorderingsrecht op de Belastingdienst heeft verkregen van A bv. Het betreft teruggaafverzoeken OB over de periode 1 oktober 2008 tot en met 30 september 2010. A bv heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzende beschikkingen, waarna de inspecteur de bezwaren niet-ontvankelijk verklaart. Belanghebbende treedt aanvankelijk op als gemachtigde, maar stelt zich na cessie op als cessionaris en procedeert voor zichzelf. De rechtbank verklaart het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk, omdat hij als cessionaris geen beroepsrecht heeft op grond van art. 26a AWR. In geschil is of belanghebbende als cessionaris zelfstandig beroep kan instellen bij de belastingrechter tegen de uitspraken op bezwaar van de inspecteur. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat art. 26a AWR een limitatieve opsomming bevat van personen die beroep kunnen instellen bij de belastingrechter. Belanghebbende valt als cessionaris niet onder deze opsomming en is geen belanghebbende in de zin van de wet. De uitspraken op bezwaar zijn inhoudelijk en formeel gericht tot A bv, niet tot belanghebbende als cessionaris. De adressering aan belanghebbende is uitsluitend vanwege zijn rol als gemachtigde. Het hof verwerpt het standpunt dat het beroepsrecht van A bv door cessie op belanghebbende is overgegaan. Het onderscheid tussen verkrijging onder algemene titel en bijzondere titel is doorslaggevend. Alleen bij algemene titel gaat de rechtspositie volledig over en niet bij bijzondere titel zoals cessie. Verwijzingen naar jurisprudentie van de Raad van State zijn niet relevant, omdat het begrip 'belanghebbende' in de Awb afwijkt van dat in de AWR. Ook overige argumenten van belanghebbende leiden niet tot een ander oordeel.
(Hoger beroep ongegrond.)