Rechter moet motiveren waarom hij een nieuw geschilpunt ter zitting passeert
Rechter moet motiveren waarom hij een nieuw geschilpunt ter zitting passeert
Gegevens
- Nummer
- 2026/611
- Publicatiedatum
- 17 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft in 2013 en 2014 feitelijk advieswerkzaamheden verricht voor het ministerie van Algemene zaken van Sint Maarten. In geschil is of hij dat deed in dienst van een door hem opgerichte nv, of dat hij rechtstreeks gerechtigde was tot de bedragen die dat ministerie voor de werkzaamheden betaalde. De inspecteur stelde dat laatste en betrok die bedragen in de aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting van Sint Maarten.
In deze conclusie behandelt A-G Koopman twee kwesties met een zaaksoverschrijdend belang. De eerste kwestie betreft de omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende betoogt dat de wetgeving van Sint Maarten alleen een bepaling kent over omkering en verzwaring van de bewijslast in de bezwaarfase (art. 30(6) van de Algemene landsverordening Landsbelastingen). Omdat een met art. 27e AWR vergelijkbare bepaling voor de beroepsfase ontbreekt, komt die processuele sanctie in de beroepsfase te vervallen, aldus belanghebbende. Daar is de A-G het niet mee eens. Omdat de belastingrechter het handelen van de inspecteur toetst, en zo nodig moet doen wat de inspecteur had behoren te doen, werkt de omkering en verzwaring van de bewijslast in de bezwaarfase door naar de daaropvolgende rechterlijke fases van het geding. De klacht van belanghebbende hierover faalt.
De tweede kwestie is of het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (11 maart 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:55) een voor het eerst ter zitting in hoger beroep door belanghebbende opgeworpen geschilpunt (zijn woonplaats tot 2 augustus 2013) mocht negeren. De A-G meent van niet. Hoewel het zo laat opwerpen van een nieuw geschilpunt zich veelal niet verdraagt met de goede procesorde, meent de A-G dat een rechter in zijn uitspraak moet vaststellen dat de belanghebbende dit punt ter zitting wilde opwerpen en zijn beslissing over de toelaatbaarheid daarvan moet motiveren. Dat heeft het Hof niet gedaan. De klacht van belanghebbende hierover slaagt.
De overige klachten van belanghebbende zijn zaaksspecifiek en falen naar de mening van de A-G. Na verwijzing zal alleen nog de woonplaatskwestie en de daarmee samenhangende belastingplicht van belanghebbende vóór 2 augustus 2013 aan de orde kunnen zijn. A-G Koopman concludeert tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en tot terugwijzing van het geding.