Ten onrechte geen bewijsoordeel rechtbank over vraag aan welk postvervoerbedrijf naheffingsaanslag is aangeboden
Ten onrechte geen bewijsoordeel rechtbank over vraag aan welk postvervoerbedrijf naheffingsaanslag is aangeboden
Gegevens
- Nummer
- 2026/613
- Publicatiedatum
- 17 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Het op 20 juni 2023 door de inspecteur ontvangen bezwaarschrift van belanghebbende tegen de op 13 april 2023 gedagtekende naheffingsaanslag BPM is door hem wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Rechtbank Den Haag heeft die beslissing in het kader van een vereenvoudigde - en verzetprocedure bevestigd. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de inspecteur de naheffingsaanslag voor of op 13 april 2023 heeft verzonden. In cassatie houdt deze bewijsbeslissing geen stand. In een geval als hier rust namelijk op de inspecteur de last aannemelijk te maken aan welk postvervoerbedrijf het desbetreffende poststuk is aangeboden en wanneer. Hierover heeft de rechtbank echter ten onrechte niets vastgesteld. De klacht van belanghebbende dat de procedures van vereenvoudigde behandeling en verzet strijdig zijn met het Unierecht faalt (HR 18 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:966, ). De Hoge Raad ziet geen aanleiding om hierover een prejudiciële vraag aan het HvJ te stellen. Met het oog op de behandeling van het verzet na verwijzing oordeelt de Hoge Raad dat, gelet op het dossier, de inspecteur niet is geslaagd in zijn bewijslast inzake de vragen wanneer en aan welk postbedrijf de naheffingsaanslag ter verzending is aangeboden. Daarom moet worden geconcludeerd dat de naheffingsaanslag niet voor of op 13 april 2023 bekend is gemaakt, zodat de bezwaartermijn pas is gaan lopen op de dag waarop belanghebbende de naheffingsaanslag onder ogen heeft gekregen. Wat betreft de proceskostenvergoeding in cassatie houdt de Hoge Raad de zaak aan om belanghebbende het bewijs te laten leveren dat hij een ‘bijzonder geval’ is als bedoeld in HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, ).
(Volgt aanhouding.)