Oninbare vordering telefoonkrediet leidt alleen tot teruggaaf van omzetbelasting bij rechtstreeks verband tussen kredietbetaling en prijs voor telefoontoestel
Oninbare vordering telefoonkrediet leidt alleen tot teruggaaf van omzetbelasting bij rechtstreeks verband tussen kredietbetaling en prijs voor telefoontoestel
Gegevens
- Nummer
- 2026/642
- Publicatiedatum
- 24 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende is een fiscale eenheid (fe) voor de omzetbelasting waartoe onder meer A bv en B bv behoren. A bv verkoopt telefoonabonnementen en telefoontoestellen. Bij de aankoop van een toestel kan de consument ervoor kiezen in een keer te betalen of voor het aankoopbedrag een lening (toestelkrediet) bij B bv aan te gaan. De maandelijkse aflossing van het telefoonkrediet wordt in rekening gebracht op de maandelijkse factuur van het abonnement. Een deel van de consumenten betaalt nadien (een deel van) de maandelijkse termijnen van het telefoonkrediet niet. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende geen recht op teruggaaf van omzetbelasting, omdat de niet-betaalde termijnbedragen geen rechtstreeks verband houden met eerder door A bv geleverde telefoontoestellen, maar met het niet-nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de door B bv verstrekte toestelkredieten.
Hof Den Haag (22 juni 2023, ) heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. Volgens het hof moet het rechtstreekse verband vanuit economisch en financieel perspectief worden beoordeeld. Aangezien A bv en B bv tot een fiscale eenheid behoren, zijn zij voor de btw geen te onderscheiden belastingplichtigen. Vanuit belanghebbende (de fiscale eenheid) bezien wordt een deel van de vergoeding voor het telefoontoestel niet betaald, waardoor de Belastingdienst meer omzetbelasting van belanghebbende ontvangt dan belanghebbende van de consument. Belanghebbende heeft dus recht op teruggaaf van omzetbelasting, aldus het hof.
De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak. Vanuit juridisch oogpunt is niet de fiscale eenheid, maar zijn de leden van die eenheid de contractuele betrekkingen met derden aangegaan die bepalend zijn voor het rechtstreekse verband tussen de levering van het telefoontoestel en de daarvoor in rekening gebrachte vergoeding. Uit die contractuele betrekking moet volgen waarvoor of waarom de consument is gehouden te betalen. De Hoge Raad verwijst de zaak naar hof Amsterdam. Bij dit verwijzingshof moet belanghebbende aannemelijk maken dat het van de consument vorderen van de maandelijkse aflossing, volgens de contractuele betrekkingen met die consument het vorderen van de vergoeding betreft voor de levering van het telefoontoestel.
(Volgt vernietiging en verwijzing.)