Geen naheffing parkeerbelasting mogelijk voor periode waarin ‘gratis’ geparkeerd kan worden, ook al is parkeerapparatuur niet in werking gesteld
Geen naheffing parkeerbelasting mogelijk voor periode waarin ‘gratis’ geparkeerd kan worden, ook al is parkeerapparatuur niet in werking gesteld
Gegevens
- Nummer
- 2026/644
- Publicatiedatum
- 24 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft haar auto geparkeerd op een parkeerplaats zonder de parkeermeter in werking te stellen. De heffingsambtenaar heeft van belanghebbende parkeerbelasting nageheven. In de gemeente Diemen geldt een parkeertarief van € 1,50 per uur, waarbij echter de eerste twee uur gedurende een aaneengesloten periode niet in rekening wordt gebracht. In de parkeerverordening is voorts bepaald dat als voldoening op aangifte wordt aangemerkt: het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de gestelde voorschriften. Volgens hof Amsterdam is de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende opgelegd. De Hoge Raad is het daarmee niet eens. Nu belanghebbende onbestreden heeft gesteld dat zij niet langer dan twee uur heeft geparkeerd, was zij namelijk geen parkeerbelasting verschuldigd, zodat niet kan worden gezegd dat belasting die op aangifte behoort te worden voldaan, geheel of gedeeltelijk niet is betaald. Alsdan bestaat geen grond voor naheffing. Daaraan doet niet af dat belanghebbende bij de aanvang van het parkeren geen parkeerapparatuur in werking heeft gesteld. Ook indien niet of niet op de voorgeschreven wijze aangifte is gedaan, kan op grond van art. 20 lid 1 AWR namelijk geen naheffingsaanslag worden opgelegd indien, zoals in dit geval, geen belasting is verschuldigd. De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag.
(Cassatieberoep gegrond.)