Geen winstuitdeling bij verkoop onroerende zaak door bv aan aandeelhouder

Geen winstuitdeling bij verkoop onroerende zaak door bv aan aandeelhouder

Gegevens

Nummer
2026/633
Publicatiedatum
22 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:27920
Rubriek
Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
Relevante informatie

Belanghebbende houdt via een stichting 7% van de certificaten van aandelen in H bv. H bv is eigenaar van een kop-hals-rompboerderij. In 2017 verkoopt H bv deze aan belanghebbende en haar echtgenoot voor € 650.000. Rond de overdracht zijn verschillende taxatierapporten opgesteld, met waarden variërend van € 650.000 tot € 950.000. De Belastingdienst hanteert uiteindelijk de WOZ-waarde van € 1.064.000 bij het vaststellen van de aanslag. De inspecteur corrigeert het inkomen uit aanmerkelijk belang met een winstuitdeling van € 414.000, waarvan 50% bij belanghebbende wordt belast. Na bezwaar wordt de waarde verlaagd naar € 800.000.

In geschil is of de inspecteur terecht het inkomen uit aanmerkelijk belang heeft gecorrigeerd wegens een winstuitdeling bij de verkoop van de onroerende zaak. De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie van een uitdeling sprake is bij een vermogensverschuiving van de vennootschap naar de aandeelhouder, waarbij beide partijen zich daarvan bewust moeten zijn. De bewijslast hiervoor rust op de inspecteur. De rechtbank verwijst naar haar eerdere oordeel in de vennootschapsbelastingzaak van H bv, waarin is vastgesteld dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak ten tijde van de overdracht € 950.000 bedroeg (ECLI:NL:RBDHA:2025:27921). Dit betekent dat geen vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden van H bv naar belanghebbende, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een winstuitdeling. De correctie van het inkomen uit aanmerkelijk belang is daarom ten onrechte toegepast.

(Beroep gegrond.)