Geen terugbetaling douanerechten kippenvlees wegens te laat verzoek
Geen terugbetaling douanerechten kippenvlees wegens te laat verzoek
Gegevens
- Nummer
- 2026/634
- Publicatiedatum
- 22 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Douane
- Relevante informatie
Belanghebbende is een logistiek dienstverlener die tussen februari 2004 en juli 2005 namens opdrachtgevers aangiften voor het vrije verkeer heeft ingediend voor bevroren en ontbeend kippenvlees. Over deze aangiften zijn uitnodigingen tot betaling opgelegd, waarbij de indeling van het vlees (en het bijbehorende douanetarief) onderwerp was van een internationaal en Europees geschil. In 2005 heeft belanghebbende per fax en brief de douane verzocht om inlichtingen en om de belangen van de betrokken partijen veilig te stellen, onder meer door de termijn voor teruggaafverzoeken te stuiten. In 2015 en 2020 zijn aanvullende verzoeken tot terugbetaling ingediend, waarbij werd verwezen naar de eerdere correspondentie. De douane heeft deze verzoeken niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn van art. 236 lid 2 CDW.
In geschil is of belanghebbende recht heeft op terugbetaling van invoerrechten. Meer specifiek gaat het om de vraag of tijdig een verzoek om terugbetaling is ingediend, of een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, of het vertrouwensbeginsel is geschonden, of de douane ambtshalve had moeten terugbetalen en of recht bestaat op schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat de correspondentie uit 2005 geen verzoek om terugbetaling is in de zin van art. 236 lid 2 CDW. De brief van 23 september 2015 geldt wel als verzoek om terugbetaling, maar is buiten de wettelijke termijn van drie jaar ingediend. Ook een eventueel aanvullend verzoek uit 2020 is te laat. De rechtbank verwijst daarbij naar haar overwegingen in de parallelle zaak ECLI:NL:RBNHO:2026:1490 waarin op dezelfde dag is beslist. Ten aanzien van de overige geschilpunten oordeelt de rechtbank, eveneens in lijn met de parallelle zaak, dat geen vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, geen gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt, de douane niet ambtshalve tot terugbetaling hoefde over te gaan en geen recht op schadevergoeding bestaat.
(Beroep ongegrond.)