Dwangsomtermijn blijft niet doorlopen na vernietiging uitspraak op bezwaar

Dwangsomtermijn blijft niet doorlopen na vernietiging uitspraak op bezwaar

Gegevens

Nummer
2026/635
Publicatiedatum
22 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2511
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag IB/PVV 2021. In een eerdere procedure heeft de rechtbank de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens schending van het hoorrecht en de zaak teruggewezen naar de inspecteur. Na terugwijzing ontstaat discussie over de hoogte van de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Belanghebbende stelt dat de inspecteur de maximale dwangsom verschuldigd is, omdat de termijn na vernietiging van de uitspraak op bezwaar door zou zijn blijven lopen. De inspecteur kent een dwangsom toe van € 92, berekend over vier dagen, en stelt dat na de vernietiging een nieuwe ingebrekestelling vereist was.

In geschil is of belanghebbende recht heeft op een hogere dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een nieuwe uitspraak op bezwaar na vernietiging van de eerdere uitspraak op bezwaar. De rechtbank overweegt dat de termijn voor het verbeuren van een dwangsom niet doorloopt na vernietiging van de uitspraak op bezwaar, tenzij de rechtbank expliciet een nieuwe termijn stelt. In deze zaak heeft de rechtbank bij terugwijzing geen uitdrukkelijke termijn gesteld, zodat belanghebbende na de vernietiging opnieuw een ingebrekestelling had moeten sturen om een nieuwe dwangsom te laten ontstaan. De reeds toegekende dwangsom is daarom juist vastgesteld. Voor het verzoek om een extra dwangsom wegens overschrijding van de redelijke termijn bestaat geen wettelijke grondslag. De rechtbank beschouwt dit verzoek als een verzoek om immateriële schadevergoeding en stelt die vast op € 1.500 wegens een overschrijding van dertien maanden.

(Beroep ongegrond.)