Geen avas omdat nalatige adviseur onvoldoende was aangespoord

Geen avas omdat nalatige adviseur onvoldoende was aangespoord

Gegevens

Nummer
2026/636
Publicatiedatum
22 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1113
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is bestuurder en 99% aandeelhouder van A Trading bv, die op haar beurt 100% aandeelhouder en bestuurder is van B bv. B bv is op 23 september 2024 failliet verklaard. Belanghebbende heeft de aangiften IB/PVV 2022 en 2023 niet binnen de door de inspecteur gestelde termijnen ingediend, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning. Zij heeft hiervoor verzuimboetes van € 385 per jaar opgelegd gekregen, die na bezwaar zijn gehandhaafd. Belanghebbende heeft zich voor de aangiften laten bijstaan door een adviseur, maar deze kwam zijn afspraken niet na. Na opzegging van de opdracht door de adviseur heeft belanghebbende uiteindelijk zelf de aangiften ingediend, zij het te laat.

In geschil is of de inspecteur terecht verzuimboetes heeft opgelegd en of deze boetes passend en geboden zijn. De rechtbank overweegt dat een verzuimboete kan worden opgelegd als een aangifte niet tijdig wordt ingediend, ongeacht de mate van verwijtbaarheid, tenzij sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas). Belanghebbende stelt dat zij avas heeft, omdat haar adviseur de aangiften niet verzorgde en zij door het faillissement van B bv geen andere adviseur kon krijgen. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle in de gegeven omstandigheden van haar te vergen zorg heeft betracht. Zij heeft wel actie ondernomen, maar onvoldoende en niet tijdig, en heeft geen contact gezocht met de Belastingdienst toen de adviseur uitviel. Er is daarom geen sprake van avas.

De rechtbank acht de verzuimboetes terecht opgelegd, maar matigt deze vanwege de bijzondere omstandigheden: het faillissement van B bv en de aandeelhoudersrelatie maakten de aangiften complexer, en belanghebbende heeft uiteindelijk zelf de aangiften ingediend binnen een afzienbare periode. De rechtbank stelt de boetes voor beide jaren vast op € 175.

(Beroep gegrond.)