Niet altijd recht op vergoeding belastingrente bij rechtsherstel box 3

Niet altijd recht op vergoeding belastingrente bij rechtsherstel box 3

Gegevens

Nummer
2026/650
Publicatiedatum
24 april 2026
Auteur
Redactie
Rubriek
Inkomsten uit vermogen/Inkomen uit sparen en beleggen

De staatssecretaris van Financiën benadrukt dat bij het rechtsherstel in box 3 alleen belastingvermindering wordt toegepast en dat er niet altijd recht bestaat op vergoeding van belastingrente. Hij licht toe waarom de huidige wettelijke regeling niet wordt aangepast.

De hoofdregel op basis van wetgeving is dat bij rechtsherstel box 3 alleen (belasting)rente vergoed wordt als het formulier Opgaaf werkelijk rendement (formulier OWR) ingediend is voordat de definitieve aanslag is vastgesteld, aan alle overige wettelijke voorwaarden met betrekking tot belastingrentevergoeding is voldaan én dat formulier OWR leidt tot een teruggaaf van belasting.

Geen sprake van misleiding

De staatssecretaris stelt dat geen sprake is geweest van bewuste misleiding door de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft belastingplichtigen geadviseerd om te wachten met indienen van gegevens inzake het werkelijk rendement tot de beschikbaarheid van het formulier OWR (in juli 2025) en tot het ontvangen van een attentiebrief voor een goed verloop van de hersteloperatie. Dit formulier OWR, waarvan het gebruik door een amendement van uw Kamer op de Wet tegenbewijsregeling box 3 verplicht is gesteld, is namelijk juist ontwikkeld om het rechtsherstel box 3 zo zorgvuldig en uitvoerbaar mogelijk te maken voor de Belastingdienst en de betrokken belastingplichtigen. Het vergoeden van belastingrente was geen overweging bij de communicatie hierover. In juli 2025 was het formulier OWR klaar voor gebruik en konden belastingplichtigen het tegenbewijs leveren. Wegens dreigende verjaring van de aanslagtermijn is de Belastingdienst in een groot aantal gevallen genoodzaakt geweest om de aanslagen inkomstenbelasting over 2021 en 2022 vast te stellen, voordat de belastingplichtigen tegenbewijs geleverd hadden of konden leveren. Het wettelijke gevolg van deze samenloop is dat in deze gevallen geen belastingrente wordt vergoed bij een latere belastingvermindering op grond van het ingediende formulier OWR.

Het kabinet acht de bestaande regeling passend. Volgens de staatssecretaris wordt met alleen de belastingvermindering “passend en voldoende rechtsherstel geboden”. Het vergoeden van belastingrente wordt juridisch niet noodzakelijk geacht.

Geen verruiming van de regeling

Een verruiming van de belastingrenteregeling wordt niet wenselijk geacht. Dit zou leiden tot juridische afbakeningsproblemen en de regeling kwetsbaar maken. Daarnaast zou een wetswijziging de uitvoering van het rechtsherstel vertragen en moeten belastingplichtigen mogelijk langer wachten op een teruggaaf.

Ook spelen budgettaire overwegingen een rol. Het vergoeden van belastingrente in deze gevallen zou leiden tot een derving van circa € 175 miljoen. Gezien deze belangenafweging kiest het kabinet ervoor de huidige wettelijke regeling niet te verruimen en geen aanvullende opties uit te werken.

Antwoorden op Kamervragen inzake vergoeding belastingrente rechtsherstel box 3, nr. 2026-0000129761, Ministerie van Financiën, 23 april 2026