Geen teruggaaf OB voor (niet-verplichte) huisvesting buitenlandse werknemers

Geen teruggaaf OB voor (niet-verplichte) huisvesting buitenlandse werknemers

Gegevens

Nummer
2026/732
Publicatiedatum
11 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3246
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een in Polen gevestigde onderneming die personeel ter beschikking stelt in Nederland, voornamelijk voor steigerbouw. De werknemers zijn fiscaal inwoner van Polen en werken tijdelijk in Nederland op basis van een arbeidsovereenkomst naar Pools recht. Belanghebbende biedt huisvesting aan deze werknemers, maar er zijn ook werknemers die zelf huisvesting regelen en daarvoor een aanvullende vergoeding ontvangen. Voor de huur van huisvesting is Nederlandse omzetbelasting in rekening gebracht, waarvoor belanghebbende een verzoek om teruggaaf heeft ingediend.

In geschil is of belanghebbende recht heeft op teruggaaf van de in Nederland betaalde omzetbelasting voor de tijdelijke huisvesting van haar werknemers. De rechtbank overweegt dat art. 1 onderdeel c Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (Buaob 1968) in beginsel aftrek van voorbelasting uitsluit voor het verlenen van huisvesting aan personeel. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 13 november 2020 (NTFR 2020/3325) geldt een uitzondering indien binnen het bedrijfsbelang gelegen bijzondere omstandigheden de ondernemer dwingen tot het huren van onderkomens, waarbij werknemers geen keuzevrijheid hebben. De bewijslast hiervoor ligt bij belanghebbende. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de werknemers zonder keuze aangeboden huisvesting moeten accepteren. Uit de arbeidsovereenkomsten blijkt geen verplichting en het bestaan van twee groepen werknemers wijst juist op keuzemogelijkheid. Ook acht de rechtbank niet aannemelijk dat het praktisch onmogelijk is om zelf huisvesting te regelen, nu er werknemers zijn die dat doen. De rechtbank ziet geen reden om bij een buitenlandse werkgever anders te toetsen dan bij een Nederlandse werkgever. Belanghebbende heeft daarom niet aannemelijk gemaakt dat bijzondere omstandigheden binnen het bedrijfsbelang haar dwingen tot het huren van onderkomens.

(Beroep ongegrond.)