FSV-registratie niet relevant bij beperkte aftrek zorgkosten na gebrek aan bewijs
FSV-registratie niet relevant bij beperkte aftrek zorgkosten na gebrek aan bewijs
Gegevens
- Nummer
- 2026/665
- Publicatiedatum
- 29 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomstenbelasting diversen
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft in haar aangiften IB over 2018 en 2019 uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek genomen, waaronder kosten voor vervoer, medicijnen, hulpmiddelen en extra uitgaven voor kleding en beddengoed. De inspecteur heeft slechts een deel van deze kosten geaccepteerd en de aanslagen gecorrigeerd, waarna belanghebbende bezwaar en beroep heeft ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep voor 2018 ongegrond en voor 2019 gegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelt. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten en of de inspecteur de aangiften mocht controleren en corrigeren, gelet op een eerdere FSV-registratie. Bovendien rijst de vraag of het vertrouwensbeginsel is geschonden en of de VN-resolutie, waarop belanghebbende zich beroept, directe werking heeft. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten dan door de inspecteur is geaccepteerd. Voor vervoerskosten ontbreekt voldoende bewijs en zijn de overgelegde overzichten niet controleerbaar. Extra kilometers zijn onvoldoende onderbouwd ten opzichte van een zgn. ‘maatman’. Voor farmaceutische hulpmiddelen zijn geen geldige doktersvoorschriften overgelegd die betrekking hebben op de relevante jaren. Hobby-artikelen kwalificeren niet als hulpmiddelen die hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. Extra uitgaven voor kleding en beddengoed zijn niet voldoende onderbouwd om een hogere aftrek dan € 300 per jaar te rechtvaardigen. Ten aanzien van de FSV-registratie oordeelt het hof dat de selectie van de aangiften voor controle niet is voortgevloeid uit de FSV-registratie, maar uit zorgkosten-correcties in voorgaande jaren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat het eerder gewekte vertrouwen tijdig is opgezegd voor de relevante jaren. De VN-resolutie, op basis waarvan volgens belanghebbende geen beperkingen aan de aftrek van hulpmiddelen voor re-integratie mogen worden gesteld, biedt geen directe werking en kan niet tot een ruimere aftrek leiden.
(Hoger beroep ongegrond.)