Geen verlaging gebruikelijk loon bij dga met beperkte omzet en zonder structurele verliezen

Geen verlaging gebruikelijk loon bij dga met beperkte omzet en zonder structurele verliezen

Gegevens

Nummer
2026/666
Publicatiedatum
29 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3817
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die onroerend goed verhuurt. De enige aandeelhouder en bestuurder, de heer A, verricht in de jaren 2017 en 2018 werkzaamheden voor de bv, waaronder het aangaan van huur- en koopovereenkomsten. In deze periode is geen aangifte loonheffingen gedaan en is de bv niet als inhoudingsplichtige aangemeld. A ontvangt in die jaren loon van een payrollbedrijf, maar deze kosten zijn niet aan de bv doorbelast. Uit de aangiften vennootschapsbelasting blijkt dat de omzet in de relevante jaren beperkt is en de kosten vrijwel gelijk zijn aan de omzet. De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op wegens toepassing van de gebruikelijkloonregeling, uitgaande van een deeltijdfactor van 50%. De rechtbank oordeelt dat de bv niet aannemelijk maakt dat een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag passend is en dat geen sprake is van een structurele verliessituatie die verlaging van het gebruikelijk loon rechtvaardigt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Voor de vergrijpboete acht de rechtbank geen opzet, maar wel grove schuld aanwezig en matigt de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn. In geschil is of de naheffingsaanslag loonheffingen en de boete terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd, in het bijzonder of de gebruikelijkloonregeling juist is toegepast. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat het gebruikelijk loon lager moet zijn dan het door de inspecteur gehanteerde bedrag. De in hoger beroep overgelegde aangiften Vpb tonen aan dat de omzet in latere jaren aanzienlijk hoger is dan door belanghebbende gesteld, en dat de kosten telkens vrijwel gelijk zijn aan de omzet, wat zonder nadere toelichting niet aannemelijk is. De balansen bevatten geen banksaldi of eigen vermogen, terwijl wel een bankrekening bestaat, waarvoor geen verklaring is gegeven. Structurele verliezen zijn daarom niet aannemelijk. Het hof verwerpt ook het betoog dat A geen werkzaamheden voor de bv heeft verricht en acht niet aannemelijk dat bindende afspraken met de inspecteur zijn gemaakt. De naheffingsaanslag is terecht en tot het juiste bedrag opgelegd. Voor de vergrijpboete en belastingrente sluit het hof aan bij het oordeel van de rechtbank, maar verlaagt de boete verder wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

(Hoger beroep ongegrond.)