Informatiebeschikkingen geoorloofd wegens vermoeden feitelijke leiding in Nederland
Informatiebeschikkingen geoorloofd wegens vermoeden feitelijke leiding in Nederland
Gegevens
- Nummer
- 2026/667
- Publicatiedatum
- 29 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende is een vennootschap die naar het recht van plaats 1 is opgericht en statutair in plaats 1 is gevestigd. De aandelen worden gehouden door een in Zwitserland woonachtige aandeelhouder. Als bestuurder staan een Zwitsers bedrijf en een persoon uit Zwitserland ingeschreven. Volgens een Mandatsvertrag heeft X een volmacht om namens belanghebbende overeenkomsten te ondertekenen, bancaire aangelegenheden te regelen en andere zakelijke handelingen te verrichten. Hij was als enige gemachtigd tot de bankrekening van belanghebbende en heeft van deze volmacht in 2011 en 2012 gebruik gemaakt. X woonde destijds in Nederland en gaf leiding aan bedrijven die daar gevestigd waren. De inspecteur heeft via X meerdere keren informatie opgevraagd over de vennootschappelijke structuur, jaarrekeningen, bankafschriften en interne correspondentie, maar belanghebbende heeft deze informatie niet verstrekt. In de aangiften vennootschapsbelasting 2016-2018 is steeds een belastbaar bedrag van nihil opgegeven, met de opmerking dat er geen vaste inrichting in Nederland is. In geschil is of de informatiebeschikkingen terecht zijn afgegeven, of sprake is van détournement de pouvoir, en of de inspecteur handelt als een fishing expedition. Het hof oordeelt, in lijn met de rechtbank, dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat de gevraagde gegevens van belang kunnen zijn om opheldering te krijgen over de vraag of belanghebbende in Nederland belastingplichtig is, omdat uit het Mandatsvertrag en de feitelijke gang van zaken blijkt dat X als enige gemachtigd was tot de bankrekening en beslissingen nam over betalingen, ook na zijn verhuizing naar het buitenland. De inspecteur heeft voldoende concrete aanknopingspunten voor het vermoeden dat de feitelijke leiding van belanghebbende in Nederland werd uitgeoefend, mede omdat X regelmatig in Nederland aanwezig was om leiding te geven aan zijn bedrijven. Het hof verwerpt het beroep op détournement de pouvoir, omdat het verzoek om informatie is gebaseerd op een reëel heffingsbelang en niet op misbruik van bevoegdheden. Ook is geen sprake van een fishing expedition, aangezien de inspecteur zijn verzoeken voldoende heeft onderbouwd en gericht heeft op relevante fiscale vragen.
(Hoger beroep ongegrond.)