Ontbonden stichting niet opgehouden te bestaan omdat nog baten aanwezig waren

Ontbonden stichting niet opgehouden te bestaan omdat nog baten aanwezig waren

Gegevens

Nummer
2026/675
Publicatiedatum
30 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:812
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is een stichting die zich richt op het fokken en beschermen van postduiven. Het bestuur besluit tot ontbinding per 31 december 2017 en meldt bij de Kamer van Koophandel dat er geen baten meer zijn, waardoor de stichting volgens het handelsregister is opgehouden te bestaan. In de aangiften vennootschapsbelasting over 2017, 2018 en 2019 geeft belanghebbende echter nog activa aan van € 19.449. Uit bankgegevens blijkt dat er in 2023 nog een batig saldo op twee rekeningen staat. De inspecteur legt in december 2019 (navorderings)aanslagen Vpb 2014, 2015 en 2016 op, die worden betekend aan een bestuurder . De rechtbank heeft de aanslagen vernietigd, omdat zij oordeelt dat belanghebbende was opgehouden te bestaan (NTFR 2024/707).

In geschil is of belanghebbende ten tijde van het opleggen van de (navorderings)aanslagen was opgehouden te bestaan, of zij ontvankelijk was in bezwaar en beroep, en of de aanslagen rechtsgeldig zijn bekendgemaakt. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat belanghebbende weliswaar is ontbonden, maar nog niet is opgehouden te bestaan omdat er na ontbinding nog baten aanwezig waren en het vermogen niet is vereffend. De mededeling van de KvK dat belanghebbende was opgehouden te bestaan is niet doorslaggevend, aangezien uit de aangiften en bankgegevens blijkt dat er nog activa zijn. De inspecteur heeft het vermoeden dat deze mededeling van de KvK juist is, ontzenuwd. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalt, omdat belanghebbende wist of had moeten weten dat de mededeling onjuist was. Omdat belanghebbende nog bestaat voor zover vereffening nodig is, is zij ontvankelijk in bezwaar en beroep. De (navorderings)aanslagen zijn tijdig en op juiste wijze bekendgemaakt aan de vereffenaar/bestuurder op het laatst bekende adres, conform de statuten en art. 2:23 BW. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.

(Hoger beroep gegrond.)