BOR bij uitbreiding aandelenbelang door inkoop aandelen: nieuwe bezitstermijn vereist

BOR bij uitbreiding aandelenbelang door inkoop aandelen: nieuwe bezitstermijn vereist

Gegevens

Nummer
2026/676
Publicatiedatum
30 april 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:8337
Rubriek
Successiewet
Relevante informatie

A is een dga die via een bv een indirect aandelenbelang van 80% houdt in een tussenholding. De tussenholding houdt diverse werkmaatschappijen. waarin de onderneming wordt gedreven. Het resterende 20%-belang van de tussenholding is in handen van derden via een andere bv. Op 15 december 2020 koopt de tussenholding dit 20%-belang van de derden-aandeelhouders in, waardoor belanghebbende 100%-aandeelhouder wordt. Er heeft een bedrijfsopvolgingstraject plaatsgevonden. De werkmaatschappijen van de tussenholding zijn overgedragen aan een nieuwe bv. In september 2023 vindt een schenking plaats van alle aandelen in deze nieuw bv aan belanghebbende. Voor de gehele schenking wordt een beroep gedaan op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). De inspecteur weigert toepassing van de BOR voor het deel van de schenking dat betrekking heeft op de uitbreiding van het aandelenbelang van 80% naar 100%, omdat daarvoor niet aan de bezitstermijn van vijf jaar is voldaan.

In geschil is of de inspecteur terecht de BOR niet heeft toegepast op het deel van de schenking dat betrekking heeft op de uitbreiding van het aandelenbelang van 80% naar 100% door de inkoop van aandelen bij derden, en of deze uitbreiding leidt tot een nieuwe bezitstermijn voor art. 35d Successiewet. De rechtbank stelt voorop dat art. 35d SW een dubbele bezitseis kent: de schenker moet de aandelen vijf jaar in bezit hebben (directe bezitstermijn) en het lichaam waarin de aandelen worden gehouden moet de onderneming vijf jaar drijven (indirecte bezitstermijn). De indirecte bezitseis geldt per objectieve onderneming en per relatieve aandelenbelang. De uitbreiding van het indirecte belang van 80% naar 100% door de inkoop van aandelen bij derden is een uitbreiding van de subjectieve gerechtigdheid tot de objectieve onderneming. Voor deze uitbreiding vangt een nieuwe bezitstermijn aan, zodat voor het extra 20%-belang niet aan de vijfjaarstermijn is voldaan.

(Beroep ongegrond.)