Taxaties onderbouwen zakelijke verkoopprijs en staan winstuitdeling in de weg
Taxaties onderbouwen zakelijke verkoopprijs en staan winstuitdeling in de weg
Gegevens
- Nummer
- 2026/679
- Publicatiedatum
- 30 april 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
- Relevante informatie
Belanghebbende is een bv die sinds 2012 eigenaar is van een kop-hals-boerderij met diverse bijgebouwen, erf en grasland. In 2017 verkoopt zij deze onroerende zaak aan een aandeelhouder (via een stichting 7% certificaten) en haar echtgenoot voor € 650.000. Voorafgaand aan de verkoop zijn door onafhankelijke taxateurs een opinie en taxatierapporten opgesteld, die waarden tussen € 650.000 en € 680.000 aangeven. De inspecteur stelt na eigen onderzoek en taxatie dat de waarde in het economische verkeer € 950.000 bedraagt, gebaseerd op WOZ-waarde, referentieobjecten en een eigen taxatierapport. Dit leidt tot een correctie van de winst in de aanslag vennootschapsbelasting 2017 en een lagere verliesverrekening in 2018. In geschil is of de inspecteur terecht de hoogte van de verkoopprijs van de onroerende zaak heeft gecorrigeerd en daarmee de winst heeft aangepast. Afhankelijk daarvan is ook de verliesverrekening in 2018 in geschil. De rechtbank overweegt dat de bewijslast voor afwijking van de gehanteerde koopsom als maatstaf van heffing bij de inspecteur ligt. Belanghebbende heeft drie onafhankelijke taxatierapporten ingebracht die de verkoopprijs ondersteunen. De inspecteur baseert zijn hogere waardering vooral op WOZ-waarde en referentieobjecten, maar erkent zelf dat deze referenties niet goed vergelijkbaar zijn en dat de WOZ-waarde niet op een inpandige opname is gebaseerd. De rechtbank vindt dat de inspecteur onvoldoende onderbouwing levert voor de gestelde waarde van € 950.000 en dat het verschil vooral voortkomt uit onduidelijkheid over de omvang en onderdelen van het object, waarover partijen en taxateurs het niet eens worden. Omdat de bewijslast bij de inspecteur ligt, komt deze onzekerheid voor zijn rekening. Ook het vereiste van bewustheid van bevoordeling is niet aannemelijk gemaakt. Belanghebbende mocht op basis van de taxatierapporten uitgaan van een zakelijke prijs. De winstcorrectie is daarom ten onrechte toegepast. Dit betekent dat de verliezen uit eerdere jaren alsnog met de winst van 2018 mogen worden verrekend.
(Beroep gegrond.)