Geen dwangsom als niet tijdig wordt beslist op bezwaar tegen dwangsombesluit
Geen dwangsom als niet tijdig wordt beslist op bezwaar tegen dwangsombesluit
Gegevens
- Nummer
- 2026/686
- Publicatiedatum
- 1 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Formeel belastingrecht
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft verzocht om ambtshalve vermindering van zijn aanslag IB/PVV 2020. Omdat niet tijdig op dat verzoek is beslist, heeft belanghebbende de inspecteur in gebreke gesteld. Toen daarna nog niet was beslist, heeft belanghebbende de inspecteur verzocht om de verbeurde dwangsom bij beschikking vast te stellen. Daarop heeft de inspecteur vastgesteld dat geen dwangsom is verbeurd (dwangsombesluit). Tegen deze beschikking heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. Vervolgens heeft belanghebbende de inspecteur in gebreke gesteld omdat deze niet tijdig had beslist op het bezwaar. De inspecteur heeft daarna uitspraak gedaan en daarbij het bezwaar gegrond verklaard en alsnog een dwangsom vastgesteld wegens niet-tijdig beslissen op het verzoek om ambtshalve vermindering. Daarbij heeft de inspecteur tevens beslist dat geen dwangsom wordt toegekend wegens niet-tijdig beslissen op het bezwaar. De Hoge Raad stelt de inspecteur in het gelijk. In de wettelijke regeling (art. 4:17 e.v. Awb) ligt besloten dat een bestuursorgaan geen dwangsom kan verbeuren wegens het niet-tijdig vaststellen van een dwangsombesluit. Aldus wordt een stapeling van dwangsommen voorkomen. Hetzelfde geldt ook als niet tijdig wordt beslist op het bezwaar tegen (het uitblijven van) een dwangsombesluit.