A-G Koopman: Trust is geen rechtspersoon en kan daarom geen genothebbende zijn voor de vastgoedbelasting
A-G Koopman: Trust is geen rechtspersoon en kan daarom geen genothebbende zijn voor de vastgoedbelasting
Gegevens
- Nummer
- 2026/690
- Publicatiedatum
- 1 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Heffing lokale overheden
- Relevante informatie
Deze zaak gaat over de vraag of een trust kan worden aangeslagen in de vastgoedbelasting van de BES-eilanden. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (26 maart 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:72) heeft die vraag bevestigend beantwoord en de aanslag in stand gelaten. Belanghebbende in deze zaak is een ‘revocable discretionary trust’ opgericht naar het recht van North Carolina. Oprichter (settlor) van de trust is een natuurlijk persoon die bij leven ook trustee en eerste beneficiary is. Na zijn overlijden zullen zijn drie kinderen beneficiary worden. De aanslag heeft betrekking op het huis waarin de settlor woont. Deze onroerende zaak staat in het kadaster geregistreerd op naam van belanghebbende.
De vastgoedbelasting wordt geheven van degene die ‘het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht’. Dat begrip duidt op een zakelijke gerechtigdheid. De huurder en de economisch eigenaar zijn dus niet genothebbende. Wanneer er meerdere genothebbenden zijn, kan de aanslag worden opgelegd aan één van hen. Naar de mening van A-G Koopman kunnen alleen natuurlijke personen en rechtspersonen worden aangemerkt als genothebbende in de zin van art. 4.2 Belastingwet BES.
Volgens art. 4.4 Belastingwet BES wordt de vastgoedbelasting niet geheven ter zake van eigen woningen die de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staan. A-G Koopman meent dat als de onroerende zaak de eigen woning en het hoofdverblijf is van één van de genothebbenden, de andere genothebbende recht heeft op de vrijstelling van art. 4.4 Belastingwet BES als de aanslag aan hem wordt opgelegd. Als de settlor als belastingplichtige was aangemerkt, was de vrijstelling van toepassing geweest.
De A-G bespreekt ook het rechtskarakter van de Anglo-Amerikaanse trust en de bijzondere kenmerken van belanghebbende (een ‘revocable discretionary trust’ waarvan één persoon settlor, trustee en beneficiary is). De A-G komt tot de slotsom dat een trust in Nederland niet wordt gezien als een rechtspersoon en dat onder trustverband gebrachte vermogensbestanddelen gelden als eigendom van de trustee. Voor belanghebbende geldt dit des te meer, omdat gedurende het leven van de settlor de ‘afscheiding’ van de onder trustverband gebrachte vermogensbestanddelen een zeer vrijblijvend karakter heeft. Het is daarom te betwijfelen of die vermogensbestanddelen bij diens leven al behoren tot een ‘afgescheiden vermogen’ of een ‘doelvermogen’.
A-G Koopman concludeert dat de klachten gegrond zijn en dat de aan belanghebbende opgelegde aanslag moet worden vernietigd.