Hoge Raad stelt geen prejudiciële vraag aan HvJ omdat het antwoord niet relevant is voor beslissing in cassatie

Hoge Raad stelt geen prejudiciële vraag aan HvJ omdat het antwoord niet relevant is voor beslissing in cassatie

Gegevens

Nummer
2026/691
Publicatiedatum
1 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:729
Rubriek
Sociale Zekerheid
Relevante informatie

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft bij besluit vastgesteld dat op een Rijnvarende de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving van toepassing is. Bij uitspraak van 19 mei 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1239, heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dit besluit in stand gelaten. Belanghebbende heeft daartegen cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld. De klachten van belanghebbende richten zich echter tegen feitelijke oordelen van de CRvB, waarover in cassatie niet met succes kan worden geklaagd. Daardoor is het antwoord op een eventueel vraag over de uitlegging van het Unierecht niet relevant, zodat daarover geen prejudiciële vraag aan het HvJ hoeft te worden gesteld.

(Volgt ongegrondverklaring.)

Deze samenvatting ziet ook op het arrest HR 1 mei 2026 nr. 22/02815, ECLI:NL:HR:2026:730.