Terechte navorderingsaanslagen na gebruik buitenlandse fiscale structuur, boeten vernietigd
Terechte navorderingsaanslagen na gebruik buitenlandse fiscale structuur, boeten vernietigd
Gegevens
- Nummer
- 2026/700
- Publicatiedatum
- 4 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Internationaal en Europees
- Relevante informatie
Belanghebbende woont in Nederland en is fiscaal partner van haar echtgenoot. Beiden hebben in de jaren 2008-2012 gebruikgemaakt van een fiscale structuur via buitenlandse vennootschappen en een stichting, opgezet door fiscaal adviseurs, met als doel belastingbesparing. De structuur omvat onder meer een Nederlandse holding en werkmaatschappij, een Cypriotische vennootschap en een stichting op de Seychellen. Via deze structuur zijn dividenduitkeringen en leningen aan de partner gerealiseerd, die volgens de inspecteur feitelijk uitdelingen en privé-uitgaven betreffen. In de aangiften IB/PVV zijn deze inkomsten niet verantwoord. Na onderzoek legt de inspecteur navorderingsaanslagen met boetes op.
In geschil is of de navorderingsaanslagen, rentebeschikkingen en boeten terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen tijdig zijn opgelegd, mede door verlenging van de navorderingstermijn wegens buitenlandse vermogensbestanddelen en informatiebeschikkingen. De inspecteur beschikt over een nieuw feit, aangezien uit de aangiften niet blijkt van de buitenlandse structuur en uitdelingen, zodat geen sprake is van ambtelijk verzuim. De vereiste aangiften zijn niet gedaan, omdat substantiële privé-uitgaven en inkomsten uit aanmerkelijk belang niet zijn verantwoord, en vragen over betrokkenheid bij een doelvermogen onjuist zijn beantwoord. Dit leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. De inspecteur heeft de correcties op privé-uitgaven en uitdelingen voldoende onderbouwd en in redelijkheid vastgesteld. De rechtbank verwerpt het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het territorialiteitsbeginsel.
Ten aanzien van de boeten oordeelt de rechtbank dat de inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat belanghebbende opzet kan worden verweten, mede omdat zij niet direct betrokken was bij de structuur en handelde op advies van deskundige adviseurs. De boeten worden daarom vernietigd.
(Beroep gegrond.)