Invorderingsrente verschuldigd ondanks compromis over aanslag

Invorderingsrente verschuldigd ondanks compromis over aanslag

Gegevens

Nummer
2026/716
Publicatiedatum
7 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:9191
Rubriek
Invordering
Relevante informatie

Belanghebbende is een particulier die voor het jaar 2021 een aanslag IB/PVV ontvangt, met een te betalen bedrag en een uiterste betaaldatum van 1 augustus 2023. Na bezwaar en beroep bereikt belanghebbende in november 2024 met de ontvanger een compromis, waarbij de aanslagen over 2021, 2022 en 2023 worden verminderd, maar over 2021 blijft een restant van de aanslag verschuldigd. Voor de betaling van de aanslag 2021 wordt uitstel verleend, maar in december 2024 vervalt het uitstel. In januari 2025 vinden betalingen en verrekeningen plaats, waarna in totaal € 295 aan invorderingsrente in rekening wordt gebracht. Belanghebbende maakt bezwaar tegen deze rente. In geschil is of de ontvanger terecht invorderingsrente in rekening heeft gebracht. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 9 Iw 1990 een belastingaanslag invorderbaar is zes weken na dagtekening en dat bezwaar of beroep de betalingsverplichting niet schorst. Art. 28 Iw 1990 bepaalt dat invorderingsrente verschuldigd is bij overschrijding van de betalingstermijn, ongeacht verleend uitstel. De rechtbank stelt vast dat het compromis enkel ziet op vermindering van de aanslag, niet op kwijtschelding van de invorderingsrente. Omdat na vermindering nog steeds een bedrag aan belasting verschuldigd is en de betalingstermijn is overschreden, is invorderingsrente terecht in rekening gebracht. De stelling van belanghebbende dat hij geen belasting meer verschuldigd is, volgt de rechtbank niet, omdat uit het compromis blijkt dat slechts een deel van de aanslag is verminderd. Voor schadevergoeding bestaat geen grond, omdat het beroep ongegrond is.

(Beroep ongegrond).