Nulurencontract verhindert toepassing 30%-regeling bij nieuwe werkgever

Nulurencontract verhindert toepassing 30%-regeling bij nieuwe werkgever

Gegevens

Nummer
2026/703
Publicatiedatum
4 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2541
Rubriek
Arbeid, loon en resultaat
Relevante informatie

Belanghebbende is een uit het buitenland aangeworven werknemer die aanvankelijk werkzaam is bij bedrijf 1 onder de 30%-regeling. Na beëindiging van zijn werkzaamheden bij bedrijf 1 sluit hij op 22 juli 2024 een nulurencontract met bedrijf 2, waarbij een uurloon is overeengekomen maar geen gegarandeerde minimum werktijd. De bedoeling is dat het nulurencontract na een proeftijd en consultatieperiode wordt omgezet in een vast dienstverband. Op 13 augustus 2024 wordt een vaste arbeidsovereenkomst met een maandsalaris gesloten, waarna een verzoek tot toepassing van de 30%-regeling wordt ingediend. De inspecteur wijst het verzoek af, omdat op het moment van aangaan van het dienstverband met bedrijf 2 geen vast loon is overeengekomen en daarmee niet wordt voldaan aan de looneis van de regeling. In geschil is of de inspecteur terecht de toepassing van de 30%-regeling heeft geweigerd. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 10e lid 2 aanhef en onderdeel b onder 1° Uitv besl LB, de 30%-regeling alleen geldt voor uit het buitenland aangeworven werknemers met een bepaalde deskundigheid, waarbij het overeengekomen vaste loon op jaarbasis minimaal € 46.107 moet bedragen. Het toetsmoment voor het voldoen aan de looneis is het aangaan van de arbeidsovereenkomst. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1670, NTFR 2015/1789), waarin is bepaald dat de beoordeling van de deskundigheidseis plaatsvindt aan de hand van de feiten ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Omdat bij het nulurencontract geen vast loon is overeengekomen en geen minimum werktijd is gegarandeerd, wordt niet voldaan aan de looneis op het relevante toetsmoment. De latere omzetting naar een vast contract met voldoende salaris doet hier niet aan af. De rechtbank acht de argumenten van belanghebbende, waaronder het beroep op de economische werkelijkheid en de samenhang tussen de contracten, onvoldoende om de formele toetsing te doorbreken.

(Beroep ongegrond.)