Uitkeringslasten WSW’ers worden niet meegenomen bij berekening gedifferentieerde premie WHK

Uitkeringslasten WSW’ers worden niet meegenomen bij berekening gedifferentieerde premie WHK

Gegevens

Nummer
2026/708
Publicatiedatum
7 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3577
Rubriek
Sociale Zekerheid
Relevante informatie

Belanghebbende is een gemeente die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in haar regio. Zij is voor de Wfsv een grote werkgever. Tot eind 2020 waren Wsw’ers in dienst van een gemeenschappelijke regeling, maar na een reorganisatie zijn deze werknemers in dienst gekomen van belanghebbende. Voor het jaar 2021 heeft de inspecteur het gedifferentieerde premiepercentage Werkhervattingskas (Whk) vastgesteld op 1,19%, terwijl dit in 2020, toen belanghebbende nog geen Wsw’ers in dienst had, 0,93% was. De premie van 1,19% geldt voor reguliere werknemers; over het loon van Wsw’ers is een vervangende premie verschuldigd van 1,11% De premie zonder de uitkeringslasten van Wsw’ers zou 0,92% zijn.

In geschil is of het gedifferentieerde premiepercentage Whk voor het jaar 2021 juist is vastgesteld, meer specifiek of de uitkeringslasten van Wsw’ers terecht zijn meegenomen in de berekening. De rechtbank overweegt dat art. 38a Wfsv en het Besluit Wet financiering sociale verzekeringen (Besluit) bepalen dat over het loon van Wsw’ers een uniforme vervangende premie wordt geheven, waarbij sectorale of individuele uitkeringslasten niet relevant zijn. De wetgever heeft premiedifferentiatie bedoeld als financiële prikkel voor werkgevers om arbeidsongeschiktheid te beperken, maar die prikkel is niet zinvol voor Wsw’ers, omdat werkgevers nauwelijks invloed hebben op het uitvalrisico van deze doelgroep. Het betrekken van Wsw-uitkeringslasten bij de opslag/korting van de premie voor reguliere werknemers leidt tot een indirecte premieopslag die niet strookt met het doel van premiedifferentiatie. De rechtbank constateert dat deze doorwerking tot medio 2018 feitelijk niet voorkwam door de organisatievorm van sociale werkvoorzieningsbedrijven en gesplitste sectorindeling.

De inspecteur stelt dat de wettelijke systematiek vereist dat Wsw-uitkeringslasten worden meegenomen, omdat deze niet zijn uitgezonderd in art. 117b Wfsv. De rechtbank volgt dit niet: het feit dat Wsw-lasten ten laste van de werkhervattingskas komen, betekent niet dat ze bij de opslag/korting van art. 38 Wfsv moeten worden betrokken. Ook de letterlijke tekst van het Besluit leidt volgens de rechtbank niet tot een andere uitkomst, omdat de besluitgever deze uitwerking niet onder ogen heeft gehad en de regeling destijds nauwelijks effect had. De rechtbank concludeert dat het niet de bedoeling van de wet- en besluitgever is dat uitkeringslasten van Wsw’ers doorwerken in de premie van art. 38 Wfsv. Art. 2.11 en 2.13 van het Besluit moeten daarom zo worden uitgelegd dat WGA-lasten, WGA-totaallasten en ZW-lasten zonder Wsw-lasten in aanmerking worden genomen.

(Beroep gegrond.)