Waarde rekening-courantschuld bij aandelenoverdracht in goede justitie vastgesteld

Waarde rekening-courantschuld bij aandelenoverdracht in goede justitie vastgesteld

Gegevens

Nummer
2026/711
Publicatiedatum
7 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:807
Rubriek
Aanmerkelijk belang/Directeur-grootaandeelhouder
Relevante informatie

Belanghebbende houdt sinds 2000 alle aandelen in een bv die actief is in riolerings- en leidingwerkzaamheden. In mei 2019 verkoopt hij de aandelen aan een koper voor € 5.000, waarbij de koper tevens de rekening-courantschuld van belanghebbende aan de bv overneemt. De accountant taxeert de waarde van de materiële activa op € 15.000, maar houdt geen rekening met de vlottende activa of de aanzienlijke winstreserves van de bv. De notariële akte bevestigt de overdracht tegen € 5.000 en de overname van de rekening-courantschuld. De inspecteur stelt bij de navorderingsaanslag dat het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang € 274.268 bedraagt, gebaseerd op de overdrachtsprijs plus de rekening-courantschuld minus de verkrijgingsprijs. In geschil is of de navorderingsaanslag tot een te hoog bedrag is opgelegd. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat niet kan worden uitgegaan van de overeengekomen overdrachtsprijs van € 5.000, nu de overeenkomst niet onder normale omstandigheden is gesloten en de koper de rekening-courantschuld overneemt. Volgens art. 4.22 Wet IB 2001 moet in dat geval de waarde in het economische verkeer als tegenprestatie worden aangemerkt. Het hof stelt vast dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de rekening-courantschuld volledig inbaar is. Er zijn geen zekerheden, geen rente en belanghebbende heeft beperkte aflossingscapaciteit door leeftijd, gezondheid en privéomstandigheden. Wel is er een overwaarde op de eigen woning van belanghebbende, die het hof op € 49.000 stelt. Het hof bepaalt in goede justitie dat dit bedrag de waarde van de rekening-courantschuld vertegenwoordigt. Het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang wordt vastgesteld op € 35.849, zijnde de overdrachtsprijs (€ 5.000) plus de waarde van de rekening-courantschuld (€ 49.000) minus de verkrijgingsprijs (€ 18.151). Het hoger beroep is gegrond en de navorderingsaanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.

(Hoger beroep gegrond.)