Geen onderwijsvrijstelling voor typecursussen basisschoolleerlingen

Geen onderwijsvrijstelling voor typecursussen basisschoolleerlingen

Gegevens

Nummer
2026/712
Publicatiedatum
7 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2624
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een fiscale eenheid voor de omzetbelasting, waarvan een bv online typevaardigheidscursussen aanbiedt aan met name basisschoolleerlingen. De bv is ingeschreven in het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO). De inspecteur heeft naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over diverse jaren, omdat volgens hem de onderwijsvrijstelling niet van toepassing is op deze cursussen. Belanghebbende stelt dat de typecursussen kwalificeren als onderwijs in de zin van de Wet OB 1968 en de BTW-richtlijn en beroept zich op het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel, omdat automatiseringscursussen wel als beroepsopleiding worden aangemerkt. In geschil is of de onderwijsvrijstelling van toepassing is op de door belanghebbende aangeboden typevaardigheidscursussen en of deze als vrijgestelde beroepsopleiding kwalificeren. De rechtbank overweegt dat belanghebbende niet kwalificeert als publiekrechtelijk lichaam of erkende onderwijsinstelling voor wettelijk geregeld onderwijs en dat typevaardigheid geen onderdeel is van het reguliere lesprogramma van basisscholen. De rechtbank beoordeelt vervolgens of de typecursussen als vrijgestelde beroepsopleiding kunnen worden aangemerkt. Zij stelt dat een typecursus geen rechtstreeks verband heeft met een vak of beroep, zoals vereist in het Onderwijsbesluit en art. 44 Btw-uitvoeringsverordening. Voor basisschoolleerlingen is het verband met een toekomstig beroep te gering. Het betreft een basisvaardigheid die zowel voor privé als schooldoeleinden wordt gebruikt. Voor volwassenen geldt dat alleen sprake is van een beroepsopleiding indien de cursus wordt gevolgd in het kader van een specifieke werkkring, wat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep op het gelijkheids- en neutraliteitsbeginsel faalt, omdat een typecursus wezenlijk verschilt van een automatiseringscursus. Automatiseringscursussen zijn doorgaans vereist voor bepaalde functies en hebben een direct verband met een beroep, terwijl typecursussen dat niet hebben. De diensten zijn niet uitwisselbaar en dus niet soortgelijk. Ook het beroep op rechtstreekse toepassing van de btw-richtlijn slaagt niet, omdat de nationale wetgeving in lijn is met de richtlijn en uitvoeringsverordening. De term ‘onderwijs’ is een autonoom begrip en moet niet naar normaal spraakgebruik worden uitgelegd.

(Beroep ongegrond.)