Gebruikelijk loon gehandhaafd ondanks detentie en ontbrekende aangifte
Gebruikelijk loon gehandhaafd ondanks detentie en ontbrekende aangifte
Gegevens
- Nummer
- 2026/714
- Publicatiedatum
- 7 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Arbeid, loon en resultaat
- Relevante informatie
Belanghebbende is enig aandeelhouder en bestuurder van een bv en verricht in 2019 werkzaamheden voor deze vennootschap. In dat jaar staat hij ingeschreven op een adres in Nederland en verblijft hij van medio mei tot begin oktober 2019 in detentie. Belanghebbende dient geen aangifte IB/PVV 2019 in, ondanks uitnodiging, herinnering en aanmaning. Ook verstrekt hij geen bankafschriften of jaarstukken van de bv, noch reageert hij op verzoeken van de inspecteur om informatie. De bv dient evenmin een aangifte vennootschapsbelasting in. De aanslag wordt vastgesteld naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 45.000, geheel bestaande uit gebruikelijk loon. In geschil is of de aanslag te hoog is vastgesteld. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat het gebruikelijk loon lager dan € 45.000 moet zijn. Het hof overweegt dat de gebruikelijkloonregeling van art. 12a Wet LB van toepassing is en dat belanghebbende de bewijslast draagt om aannemelijk te maken dat het gebruikelijk loon lager is dan het wettelijke minimum. Omdat belanghebbende geen aangifte doet en geen relevante informatie verstrekt, kan niet worden vastgesteld wat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is. Ook andere relevante gegevens ontbreken, zodat niet kan worden bepaald wat het hoogste van de drie in art. 12a lid 1 Wet LB genoemde bedragen is. Deze onzekerheid komt voor rekening van belanghebbende. Het enkele feit dat hij enkele maanden in detentie heeft gezeten, is onvoldoende om het gebruikelijk loon te verlagen. Ook de stelling dat er geen activiteiten in de bv zijn ontplooid, wordt niet met feiten of stukken onderbouwd en acht het hof niet aannemelijk. De aanslag is daarom niet te hoog vastgesteld. Het hof oordeelt verder dat de verzuimboete terecht is opgelegd, omdat belanghebbende geen aangifte heeft gedaan en geen sprake is van afwezigheid van alle schuld.
(Hoger beroep ongegrond.)