Deels renteaftrek eigen woning door vertrouwensbeginsel bij oude leningen
Deels renteaftrek eigen woning door vertrouwensbeginsel bij oude leningen
Gegevens
- Nummer
- 2026/715
- Publicatiedatum
- 7 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Eigenwoningregeling
- Relevante informatie
Belanghebbende is eigenaar en bewoner van een woning en trekt in zijn aangiften IB over 2016, 2018 en 2020 rente af voor drie leningen; een aflossingsvrije hypotheek bij een nv en twee doorlopende kredieten bij ABN AMRO. De inspecteur accepteert aanvankelijk slechts een deel van de rente op de hypotheek bij de nv als eigenwoningrente en weigert de renteaftrek op de ABN AMRO-leningen, omdat niet is aangetoond dat deze leningen (nog) zijn gebruikt voor de eigen woning. In 2019 zijn de ABN AMRO-leningen omgezet in een lening bij Interbank. In geschil is of de inspecteur de aftrek eigen woning terecht heeft gecorrigeerd. Het hof oordeelt dat voor de lening bij de nv, afgesloten in 2006, sprake is van een bestaande eigenwoningschuld in de zin van art. 10bis.9 Wet IB 2001. Belanghebbende maakt echter slechts aannemelijk dat hij jaarlijks € 8.485 aan rente heeft betaald. Voor het meerdere ontbreekt bewijs. De inspecteur heeft daarom terecht alleen dat bedrag als aftrekbare rente geaccepteerd. Voor de ABN AMRO-leningen slaagt belanghebbende er niet in aannemelijk te maken dat deze in 2016, 2018 en 2020 nog het karakter van eigenwoningschuld hebben, omdat het saldo van de leningen gelijk is gebleven en dus opnamen moeten zijn gedaan. Voor de lening bij Interbank ontbreekt iedere onderbouwing. Ten aanzien van het vertrouwensbeginsel oordeelt het hof dat de inspecteur in 2011 in de bezwaarfase bewust renteaftrek voor de ABN AMRO-leningen heeft toegestaan. Omdat de feiten en omstandigheden in 2016 en 2018 niet wezenlijk verschillen van 2011, mag belanghebbende voor deze jaren vertrouwen ontlenen aan het eerdere standpunt van de inspecteur. Voor 2020 geldt dit niet, omdat de leningen toen zijn omgezet en de situatie wezenlijk is gewijzigd. Het hof vermindert daarom de aanslagen voor 2016 en 2018 met de rente op de ABN AMRO-leningen, maar handhaaft de correctie voor 2020.
(Hoger beroep gegrond.)