Pensioenregeling internationale organisatie kwalificeert als zuivere regeling
Pensioenregeling internationale organisatie kwalificeert als zuivere regeling
Gegevens
- Nummer
- 2026/725
- Publicatiedatum
- 11 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Inkomensvoorzieningen en pensioenen
- Relevante informatie
Belanghebbende heeft van 1986 tot 2004 pensioen opgebouwd bij een internationale organisatie en ontvangt in 2016 een ouderdomspensioen uit deze dienstbetrekking. Het pensioenreglement van de gecoördineerde organisaties voorziet onder meer in een leaving allowance, de mogelijkheid tot vervroegd pensioen vanaf 50 jaar en een ruime kring van pensioengerechtigden, zonder AOW-inbouw. De inspecteur heeft de pensioenuitkering deels belast als inkomen uit werk en woning (box 1) en deels als inkomen uit sparen en beleggen (box 3), conform het Besluit Pensioenen Internationale Organisaties. Belanghebbende stelt dat de regeling onzuiver is en dat het deel van het pensioen dat vóór 1995 is opgebouwd, moet worden vrijgesteld van belastingheffing in box 1 en 3, met verwijzing naar overgangsrecht en jurisprudentie. In geschil is of de gecoördineerde pensioenregeling tot 1995 kwalificeert als zuivere pensioenregeling in de zin van art. 11 lid 3 Wet LB en daarmee of de pensioenuitkeringen terecht als loon zijn belast. De rechtbank beoordeelt eerst of de tax-adjustment onderdeel is van het pensioen en oordeelt dat dit niet het geval is, zodat de tax-adjustment terecht afzonderlijk in box 1 is belast. Vervolgens bespreekt de rechtbank de door belanghebbende aangevoerde onzuivere elementen: de leaving allowance, het ontbreken van AOW-inbouw, de mogelijkheid tot vervroegd pensioen en de ruime kring van pensioengerechtigden. De rechtbank volgt het oordeel van het gerechtshof Amsterdam en de Hoge Raad dat de leaving allowance een bijkomstige compensatie is en geen afbreuk doet aan de zuiverheid van de regeling. Het ontbreken van AOW-inbouw is niet relevant, omdat medewerkers geen AOW-rechten opbouwen. De mogelijkheid tot vervroegd pensioen vanaf 50 jaar is naar maatschappelijke opvattingen destijds aanvaardbaar, mede gezien de internationale context. De kring van pensioengerechtigden is niet ruimer dan in Nederland gebruikelijk was. De rechtbank concludeert dat deze elementen, ook in samenhang, niet leiden tot het oordeel dat de regeling onzuiver is. De pensioenuitkeringen zijn daarom terecht als loon belast. Voor de delen van het pensioen opgebouwd na 1995 heeft belanghebbende niet voldaan aan de bewijslast om een gunstiger fiscale behandeling te onderbouwen.
(Beroep ongegrond.)