Voorhanden hebben waterpijptabak leidt tot naheffing accijns
Voorhanden hebben waterpijptabak leidt tot naheffing accijns
Gegevens
- Nummer
- 2026/764
- Publicatiedatum
- 18 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Accijnzen
- Relevante informatie
Belanghebbende, een bestuurder van een transportonderneming, krijgt in 2025 een naheffingsaanslag accijns opgelegd wegens het aantreffen van 1.086 kg waterpijptabak in een bedrijfsloods. De loods is geen accijnsgoederenplaats en wordt gehuurd door de onderneming van belanghebbende. De Douane en Omgevingsdienst treffen de tabak aan tijdens een integrale controle, waarna een proces-verbaal wordt opgemaakt en de goederen in beslag worden genomen. In deze procedure staat centraal of de inspecteur terecht en tot het juiste bedrag een naheffingsaanslag accijns en belastingrente heeft opgelegd. Belanghebbende betwist de rechtmatigheid van het binnentreden door de toezichthouder, stelt dat het bewijs onrechtmatig is verkregen en dat dit bewijs niet mag worden gebruikt voor belastingheffing. Daarnaast betwist hij dat de tabak bij hem voorhanden was en dat de accijns bij hem geheven mag worden, omdat de eigenaar van de tabak bekend is. De rechtbank oordeelt dat in belastingzaken ook strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs als uitgangspunt mag worden gebruikt, tenzij het bewijs is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen een behoorlijk handelende overheid dat uitsluiting noodzakelijk is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat hiervan sprake is, ook niet indien het telefoongesprek met belanghebbende onjuist is weergegeven of het binnentreden op onjuiste gronden is gebaseerd. Het kijken door de brievenbus en het binnentreden van de loods zijn niet zodanig ernstig dat bewijsuitsluiting gerechtvaardigd is. Ten aanzien van het voorhanden hebben van de accijnsgoederen overweegt de rechtbank dat belanghebbende als bestuurder van de onderneming de waterpijptabak fysiek tot zijn beschikking had en dat hij deze voor commerciële doeleinden voorhanden had. De inspecteur mag daarom accijns bij hem naheffen, ook als de eigenaar van de tabak bekend is. De uitzondering dat alleen de werkgever als schuldenaar geldt, is niet van toepassing, nu belanghebbende als bestuurder zelf verantwoordelijk is. De rechtbank acht aannemelijk dat er 360 bakken met elk 3 kg waterpijptabak zijn aangetroffen, in totaal 1.080 kg. De inspecteur heeft ten onrechte 1.086 kg als uitgangspunt genomen; de extra 6 kg zijn niet bewezen. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot € 173.782. De belastingrente is correct berekend volgens de wettelijke bepalingen en wordt alleen verminderd in lijn met de lagere aanslag.
(Beroep gegrond.)