Pensioenfonds geen gemeenschappelijk beleggingsfonds voor btw-vrijstelling beheersdiensten
Pensioenfonds geen gemeenschappelijk beleggingsfonds voor btw-vrijstelling beheersdiensten
Gegevens
- Nummer
- 2026/768
- Publicatiedatum
- 18 mei 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Omzetbelasting
- Relevante informatie
Belanghebbende is een bedrijfstakpensioenfonds dat pensioenregelingen uitvoert voor werknemers in verschillende sectoren. Het fonds belegt het vermogen via buitenlandse vermogensbeheerders en heeft over het tweede kwartaal van 2022 omzetbelasting voldaan over de verlegde btw op beheersdiensten. De pensioenregelingen zijn middelloonregelingen waarbij de uitkering wordt bepaald door het jaarsalaris en dienstjaren, met toeslagen en kortingen afhankelijk van de financiële positie van het fonds. De premie wordt door werkgevers en werknemers betaald, en er is geen bijstortingsverplichting voor werkgevers.
In geschil is of belanghebbende terecht omzetbelasting heeft voldaan over de beheersdiensten van buitenlandse vermogensbeheerders, waarbij het draait om de vraag of het fonds kwalificeert als gemeenschappelijk beleggingsfonds in de zin van art. 11 lid 1 letter i onder 3 Wet OB 1968.
De rechtbank overweegt dat volgens het ATP-arrest en het BPL-arrest van het HvJ een pensioenfonds alleen als gemeenschappelijk beleggingsfonds kan worden aangemerkt als de deelnemers het beleggingsrisico dragen en het bedrag van de pensioenrechten en uitkeringen in de eerste plaats afhankelijk is van de beleggingsresultaten. De basis voor de pensioenuitkering bij belanghebbende is het jaarsalaris en dienstjaren; beleggingsresultaten spelen geen directe rol bij de vaststelling van de pensioengrondslag of premie. Toeslagen en kortingen kunnen wel variëren door beleggingsresultaten, maar belanghebbende maakt niet aannemelijk dat deze variatie zodanig is dat het bedrag van de pensioenrechten in de eerste plaats afhankelijk is van de beleggingsresultaten. De financiering van de uitkeringen uit beleggingsresultaten is volgens het BPL-arrest niet doorslaggevend voor het dragen van beleggingsrisico door de deelnemers.
Ook vanuit het neutraliteitsbeginsel is het fonds niet vergelijkbaar met DC-pensioenfondsen die door Nederland als gemeenschappelijk beleggingsfonds worden beschouwd, omdat de deelnemers geen individueel beleggingsrisico dragen en de uitkering juridisch is gebaseerd op inkomen en dienstjaren. Vergelijkingen met andere pensioenregelingen, zoals de solidaire premieovereenkomst of Belgische fondsen, zijn niet relevant omdat deze niet door Nederland als gemeenschappelijk beleggingsfonds worden aangemerkt.
(Beroep ongegrond.)