Kostenvergoeding bij herroeping onjuiste IB/PVV-aanslag door fout UWV

Kostenvergoeding bij herroeping onjuiste IB/PVV-aanslag door fout UWV

Gegevens

Nummer
2026/775
Publicatiedatum
19 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:2852
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Belanghebbende is in 2021 tot 30 juni in loondienst bij een werkgever die daarna ophoudt te bestaan. Na afloop van het jaar ontvangt belanghebbende een jaaropgave met het juiste loon en de juiste loonheffingen. In het systeem van de Belastingdienst staan echter hogere bedragen geregistreerd, afkomstig van het UWV. De inspecteur stuurt een afwijkingsbrief waarop de gemachtigde bewust niet reageert. De inspecteur wijkt bij het opleggen van de aanslag IB/PVV 2021 af van de aangifte van belanghebbende, op basis van deze onjuiste gegevens, en legt een hogere aanslag op. Gemachtigde maakt bezwaar en overgelegd alsnog de juiste loongegevens. De inspecteur vermindert vervolgens de aanslag, maar wijst een verzoek een proceskostenvergoeding toe te kennen af. In geschil is of belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase.

Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de kosten van bezwaar. Het hof stelt vast dat de aanslag is gebaseerd op onjuiste gegevens van het UWV, terwijl de aangifte en de jaaropgave van belanghebbende juist zijn. Volgens art. 7:15 lid 2 Awb, moet het bestuursorgaan de proceskosten vergoeden als het besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het hof overweegt dat de fout van het UWV voor risico van de inspecteur komt. De afwijkingsbrief van de inspecteur verplichtte belanghebbende niet om binnen drie weken te reageren of gegevens aan te leveren, zodat het niet reageren daarop geen invloed heeft op het recht op proceskostenvergoeding. Het hof verwerpt het standpunt van de inspecteur dat de rechtsregel uit het arrest van 16 september 2016 (NTFR 2016/2428) alleen voor aangiftebelastingen geldt. Het hof kent daarom alsnog een proceskostenvergoeding toe.

(Hoger beroep gegrond.)