Wrakingsverzoek na afwijzing uitstel mondelinge behandeling afgewezen

Wrakingsverzoek na afwijzing uitstel mondelinge behandeling afgewezen

Gegevens

Nummer
2026/745
Publicatiedatum
12 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:1206
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

Onderhavige uitspraak betreft een beslissing van de wrakingskamer. Nadat het hof een eerder verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling wegens ziekte heeft gehonoreerd, dient belanghebbende opnieuw verzoeken in om de zitting te verplaatsen, onder meer vanwege een geplande vlucht en later opnieuw wegens ziekte. Het hof wijst deze verzoeken af omdat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende zijn en de medische verklaring geen recente of concrete informatie bevat. Tijdens de dient de gemachtigde een verzoek tot wraking van de behandelende raadsheren, omdat het hof geen uitstel of aanhouding van de zaak heeft verleend.

Het hof oordeelt dat rechterlijke (tussen)beslissingen, zoals het al dan niet verlenen van uitstel, op zichzelf geen grond voor wraking kunnen zijn. De wrakingskamer toetst niet de juistheid van deze beslissingen. Daarvoor is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen bedoeld. Alleen als de motivering van een beslissing naar objectieve maatstaven niet anders kan worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid, kan dit tot wraking leiden. In dit geval acht het hof de motivering van de afwijzing van het uitstel niet onbegrijpelijk, mede omdat de medische verklaring geen recente of specifieke informatie bevat. Ook voor het niet aanhouden van de behandeling op de zitting geldt dat geen sprake is van feiten of omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. Het verzoek tot wraking wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.

(Verzoek ongegrond).