Voorwaardelijke vrijstelling invordering successierechten vervalt omdat NSW-landgoed is verkocht

Voorwaardelijke vrijstelling invordering successierechten vervalt omdat NSW-landgoed is verkocht

Gegevens

Nummer
2026/746
Publicatiedatum
12 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2226
Rubriek
Successiewet
Relevante informatie

Belanghebbende erft in 2001 een aandeel in twee landgoederen die zijn gerangschikt onder de NSW. In 2004 worden aanslagen in het recht van successie opgelegd, waarbij een deel van het verschuldigde successierecht terstond invorderbaar is en een deel onder voorwaarden buiten invordering blijft. Na eerdere procedures (NTFR 2009/666) wordt het bedrag van de terstond invorderbare belasting vastgesteld, terwijl het restant onder de NSW-vrijstelling valt. In 2019 worden twee percelen van landgoed 1 verkocht of onttrokken aan de NSW, waardoor de voorwaarden voor de invorderingsvrijstelling worden geschonden. In 2022 legt de inspecteur een aanslag erfbelasting op ter invordering van het buiten invordering gebleven deel, na een minnelijke taxatie over de waardes.

In geschil is of de aanslag ter invordering van de erfbelasting terecht is opgelegd. De rechtbank overweegt dat de eerdere procedures uitsluitend betrekking hadden op de terstond invorderbare belasting en niet op het totaal verschuldigde successierecht, dat ongewijzigd bleef. De NSW biedt een voorwaardelijke vrijstelling: bij schending van de instandhoudingseis of bezitseis binnen 25 jaar na het belastbare feit wordt het buiten invordering gebleven deel alsnog ingevorderd. Omdat vaststaat dat percelen zijn verkocht of onttrokken binnen deze termijn, is de grond voor invordering aanwezig en is de aanslag binnen de wettelijke termijn opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet, omdat de vrijstelling expliciet aan voorwaarden was verbonden en het totaal verschuldigde bedrag steeds kenbaar was. De rechtbank verwerpt verder de stelling dat de waardering van de landgoederen onjuist is. In bezwaar heeft een minnelijke taxatie plaatsgevonden en de vastgestelde bedragen zijn niet in geschil. Ook het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel is niet van toepassing op erfbelasting. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van schending van de Awb-beginselen of van fair play, omdat eventuele onregelmatigheden in de bezwaarfase zijn hersteld en de aanslag correct is vastgesteld.

(Beroep ongegrond.)