Onvoldoende prioriteit geven aan het doen van aangiften voor vennootschap en in privé leidt tot een veroordeling van 150 uur taakstraf

Onvoldoende prioriteit geven aan het doen van aangiften voor vennootschap en in privé leidt tot een veroordeling van 150 uur taakstraf

Gegevens

Nummer
2026/749
Publicatiedatum
12 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2274
Rubriek
Formeel belastingrecht
Relevante informatie

De rechtbank rekent verdachte aan dat hij voor meerdere jaren geen aangiften vennootschapsbelasting alsmede voor één jaar geen aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan. Door de inspecteur is aan aanslagen vennootschapsbelasting € 561.732 opgelegd en voor de inkomstenbelasting volgde een aanslag van € 294.383.

Uit de gedingstukken blijkt dat verdachte als bestuurder van de vennootschap tijdig door BDO is herinnerd aan het doen van aangifte. Die herinnering heeft niet geleid tot het doen van aangiften maar lijkt aanleiding te zijn geweest om van adviseur te wisselen. PwC heeft verklaard geen wetenschap te hebben gehad over achterstallige aangiften toen de opdracht door haar tot bijstand werd aanvaard. De rechtbank verwijt verdachte onvoldoende actie te hebben ondernomen om te komen tot het doen van aangiften.

In het kader van de straftoemeting weegt de strafkamer van rechtbank Amsterdam mee dat niet de overtuiging is verkregen dat verdacht moedwillig heeft geprobeerd belasting te ontduiken. De achterstallige aangiften zijn inmiddels gedaan. Aan verdachte wordt een taakstraf van 150 uur opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.