Veegauto valt niet onder vrijstelling bzm; naheffingsaanslag en verzuimboete terecht opgelegd

Veegauto valt niet onder vrijstelling bzm; naheffingsaanslag en verzuimboete terecht opgelegd

Gegevens

Nummer
2026/755
Publicatiedatum
13 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1414
Rubriek
Motorrijtuigen en belastingen
Relevante informatie

Belanghebbende is houder van een vrachtauto (DAF, type FA CF) met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg, ingericht als veeg-/zuigmachine. Op 21 oktober 2024 is vastgesteld dat met het motorrijtuig gebruik is gemaakt van de autosnelweg zonder dat aangifte bzm is gedaan. Belanghebbende stelt dat het motorrijtuig uitsluitend is ingericht en wordt gebruikt voor aanleg en onderhoud van wegen, en daarom onder de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel d Wbzm valt.

De rechtbank oordeelt dat het motorrijtuig een laadfunctie heeft, omdat het water of een mengsel van water en vuil kan vervoeren, en daarmee een zwaar motorrijtuig is in de zin van de bzm. Voor toepassing van de vrijstelling is vereist dat het motorrijtuig uitsluitend is ingericht en wordt gebruikt voor aanleg en onderhoud van wegen, waarbij de inrichting leidend is. De bewijslast hiervoor ligt bij belanghebbende. De rechtbank acht niet aannemelijk gemaakt dat het motorrijtuig geen andere gebruiksmogelijkheden heeft dan aanleg en onderhoud van wegen, bijvoorbeeld omdat het ook kan worden ingezet voor het schoonvegen van de weg na een festival. Ook wordt het motorrijtuig niet gebruikt voor het verwijderen van onderdelen van wegen, zodat het niet onder de specifieke vrijstelling voor straal-/zuigwagens valt.

(Beroep ongegrond.)