Omzetbelasting en vergrijpboete bij self-billing: grove schuld, geen opzet

Omzetbelasting en vergrijpboete bij self-billing: grove schuld, geen opzet

Gegevens

Nummer
2026/756
Publicatiedatum
13 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3321
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die software ontwikkelt, produceert en uitgeeft, en daarnaast adviseert op het gebied van informatietechnologie. In 2018 heeft belanghebbende een omzet van € 291.608 verantwoord in haar administratie en aangifte Vpb, waarvan € 101.902 afkomstig is uit werkzaamheden voor A bv, gefactureerd via self-billing op naam van belanghebbende. Over deze omzet heeft belanghebbende geen omzetbelasting aangegeven in de aangiften OB, terwijl de facturen op haar naam stonden en de vergoedingen door haar zijn ontvangen. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag OB en een vergrijpboete opgelegd.

In geschil is of belanghebbende de op de facturen van A bv vermelde omzetbelasting verschuldigd is en of de vergrijpboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

De rechtbank overweegt dat belanghebbende op grond van art. 37 Wet OB 1968 de op de facturen vermelde omzetbelasting verschuldigd is, omdat de facturen via self-billing op haar naam zijn uitgereikt en de bedragen in haar administratie zijn verwerkt. De enkele vermelding van B bv op de projectovereenkomst is onvoldoende om aan te nemen dat die vennootschap de diensten heeft verricht, aangezien belanghebbende zelf geen verklaring heeft kunnen geven voor de verwerking van de omzet in haar administratie. Van dubbeltelling is geen sprake, omdat de omzet niet bij de eenmanszaak of B bv is verantwoord. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de naheffingsaanslag niet naar een te hoog bedrag is opgelegd.

Ten aanzien van de vergrijpboete oordeelt de rechtbank dat de inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet bij het niet aangeven van de omzetbelasting over de facturen. Belanghebbende was kennelijk niet op de hoogte van art. 37 Wet OB 1968 en dacht dat de omzet bij B bv thuishoorde, zodat niet blijkt van willens en wetens handelen. Wel is sprake van grove schuld, omdat belanghebbende ernstig nalatig is geweest door geen omzetbelasting te voldoen over de facturen die op haar naam stonden en de vergoedingen te ontvangen, en haar administratie niet op orde te hebben. Voor de eerste twee kwartalen van 2018 acht de rechtbank opzet aannemelijk, omdat belanghebbende nihilaangiften heeft gedaan terwijl zij wist dat omzet was behaald. Voor de overige kwartalen is sprake van grove schuld

(Beroep gegrond.)