Vastgoedrenovator is eigenbouwer zodat verleggingsregeling van toepassing is

Vastgoedrenovator is eigenbouwer zodat verleggingsregeling van toepassing is

Gegevens

Nummer
2026/778
Publicatiedatum
19 mei 2026
Auteur
Redactie
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:888
Rubriek
Omzetbelasting
Relevante informatie

Belanghebbende is een bv die sinds 2008 ca. 200 woningen heeft aangekocht, gerenoveerd en verkocht. Er wordt gewerkt met een standaard renovatieconcept en daartoe worden vaste architecten en aannemers ingeschakeld. De aandeelhouders zijn actief betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en verkoop van de projecten, onder meer door het maken van prijsafspraken, het geven van aanwijzingen aan architecten en aannemers, en het inkopen van materialen via een gelieerde groothandel. De feitelijke uitvoering van de renovaties wordt uitbesteed, maar belanghebbende houdt de regie over het proces en ontwikkelt het standaardconcept waarmee alle projecten worden uitgevoerd. In geschil is of belanghebbende terecht als eigenbouwer is aangemerkt zodat de verleggingsregeling voor de omzetbelasting van toepassing is. Het hof oordeelt, anders dan de rechtbank, dat de inspecteur aannemelijk maakt dat belanghebbende de algehele leiding heeft over de renovaties en daarmee als eigenbouwer kwalificeert. Het hof wijst op de intensieve betrokkenheid van de aandeelhouders bij de technische en organisatorische aspecten van de renovaties, het ontwikkelen en toepassen van een standaard renovatieconcept en de inkoop van materialen in bulk via een gelieerde vennootschap. De renovaties zijn een structureel onderdeel van de bedrijfsvoering en worden met professionele kennis en ervaring aangestuurd. Dat de feitelijke uitvoering wordt uitbesteed, doet niet af aan de overkoepelende regie van belanghebbende. Het hof volgt daarmee de lijn van de Hoge Raad (HR 15 oktober 1986, ECLI:NL:HR:1986:AS8673) dat voor het eigenbouwerschap doorslaggevend is of de algehele leiding bij de belastingplichtige berust. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat belanghebbende geen eigenbouwer is. Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep bevestigt het hof het oordeel van de rechtbank dat de enkele termijnoverschrijding bij het indienen van de gronden geen niet-ontvankelijkheid rechtvaardigt, omdat het verdere verloop van de procedure niet is belemmerd en de inspecteur niet is benadeeld. Het hof bevestigt verder dat de rechtbank voldoende heeft gemotiveerd waarom is afgeweken van de forfaitaire proceskostenvergoeding en dat een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase terecht is toegekend.

(Hoger beroep gegrond.)